Art. 667. Verzwaarde zegelverbreking niveau 3
Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026, op 12 oktober 2026 vergeleken met de bron.
De zegelverbreking wordt bestraft met een straf van niveau 3 indien:
1° dit misdrijf wordt gepleegd met gebruik van geweld of bedreigingen, of;
2° het misdrijf wordt gepleegd door de bewaarder van de verzegelde zaak of de persoon met een openbare functie die de verzegeling heeft gelast of verricht.
Wat dit strafniveau inhoudt (art. 36 van boek I)
De straf van niveau 3 bestaat uit een gevangenisstraf van meer dan drie jaar tot ten hoogste vijf jaar of een behandeling onder vrijheidsberoving van meer dan twee jaar tot ten hoogste vier jaar. Bij aanneming van verzachtende omstandigheden wordt die straf vervangen door een van de straffen van niveau 2 of 1.
Bijkomende straffen, verzachtende omstandigheden, herhaling en samenloop: zie art. 37 tot 65 van boek I.
Oud Strafwetboek van 1867: art. 287 (koppeling zeker). Oude tekst: hetstrafwetboek.be/mapping
In het Strafwetboek van 1867
Oud art. 287 zeker · 80%Zegelverbreking met geweld tegen personen is letterlijk als verzwarende omstandigheid opgenomen in art. 667, 1°.
Indien de zegelverbreking geschiedt met geweld tegen personen, wordt de schuldige gestraft met gevangenisstraf van twee jaar tot vijf jaar.
Poging tot zodanige zegelverbreking wordt gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar.
Oud art. 286 waarschijnlijk · 65%Opzettelijke zegelverbreking en de verzwaring wanneer de bewaarder of gelastende ambtenaar dader is, zijn terug te vinden in art. 666 en 667, 2°.
Hij die opzettelijk zegels verbreekt, die gelegd zijn op zodanige papieren of zaken als in het vorige artikel bedoeld, wordt gestraft met gevangenisstraf van een jaar tot drie jaar, en indien het de bewaarder zelf is of de openbare ambtenaar die de verzegeling heeft gelast, wordt de schuldige gestraft met gevangenisstraf van twee jaar tot vijf jaar.
Poging tot dit wanbedrijf wordt in het eerste geval van dit artikel gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot twee jaar, en in het tweede geval met gevangenisstraf van een jaar tot drie jaar.
Oud art. 288 waarschijnlijk · 60%De facultatieve bijkomende geldboete bij zegelverbreking bestaat niet meer als afzonderlijke regel. De geldboete zit vervat in de strafniveaus van de gewone en de verzwaarde zegelverbreking in het hoofdstuk over de misdrijven tegen de rechtsbedeling.
In gevallen van de artikelen 284, 286 en 287 kan de schuldige bovendien worden veroordeeld tot geldboete van vijftig euro tot tweeduizend euro.
Oud art. 284 waarschijnlijk · 55%De opzettelijke zegelverbreking met verzwaring voor de bewaarder of gelastende ambtenaar komt sterk overeen met de verzwaarde zegelverbreking (art. 667); het basisdelict (gewone opzettelijke zegelverbreking, art. 666) zit echter niet in de kandidatenlijst voor dit artikel.
Hij die opzettelijk zegels verbreekt, wordt gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot twee jaar, en indien het de bewaarder zelf is of de openbare ambtenaar die de verzegeling heeft gelast of verricht, wordt hij gestraft met gevangenisstraf van een jaar tot drie jaar.
Poging tot dit wanbedrijf wordt in het eerste geval van dit artikel gestraft met gevangenisstraf van drie maanden tot een jaar, en in het tweede geval met gevangenisstraf van zes maanden tot twee jaar.
Overgangsblad: nieuwe en oude tekst voluit, om af te drukken →
Niet-officiële tekst. Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026. De enige officiële versie is het Belgisch Staatsblad.