Art. 75. Verjaring van burgerrechtelijke veroordelingen
Burgerrechtelijke veroordelingen, uitgesproken bij arresten of vonnissen gewezen in strafzaken, verjaren volgens de regels van het burgerlijk recht, te rekenen van de dag waarop zij in kracht van gewijsde zijn getreden.
De onwaardigheid om te erven, door de rechter uitgesproken op grond van artikel 72 verjaart niet. Ze kan opgeheven worden door vergiffenis, door het slachtoffer geschonken overeenkomstig artikel 4.7 van het Burgerlijk Wetboek.
In het Strafwetboek van 1867
Oud art. 99 zeker · 93%Nagenoeg woordelijk overgenomen: burgerrechtelijke veroordelingen verjaren volgens de regels van het burgerlijk recht, en de onwaardigheid om te erven verjaart niet.
Burgerlijke veroordelingen, uitgesproken bij arresten of vonnissen gewezen in criminele, correctionele of politiezaken, verjaren naar de regels van het burgerlijk recht, te rekenen van de dag waarop zij onherroepelijk zijn geworden.
De onwaardigheid om te erven, door de rechter uitgesproken op grond van artikel 46, verjaart niet. Ze kan opgeheven worden door vergiffenis, door het slachtoffer geschonken overeenkomstig artikel 4.7 van het Burgerlijk Wetboek.