Strafwetboek 2026
Boek I
Hoofdstuk 6. Tenietgaan en verjaring van straffen en van burgerlijke veroordelingen

Art. 75. Verjaring van burgerrechtelijke veroordelingen

Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026, op 12 oktober 2026 vergeleken met de bron.

Burgerrechtelijke veroordelingen, uitgesproken bij arresten of vonnissen gewezen in strafzaken, verjaren volgens de regels van het burgerlijk recht, te rekenen van de dag waarop zij in kracht van gewijsde zijn getreden.

De onwaardigheid om te erven, door de rechter uitgesproken op grond van artikel 72 verjaart niet. Ze kan opgeheven worden door vergiffenis, door het slachtoffer geschonken overeenkomstig artikel 4.7 van het Burgerlijk Wetboek.

Oud Strafwetboek van 1867: art. 99 (koppeling zeker). Oude tekst: hetstrafwetboek.be/mapping

In het Strafwetboek van 1867

Oud art. 99 zeker · 93%
Nagenoeg woordelijk overgenomen: burgerrechtelijke veroordelingen verjaren volgens de regels van het burgerlijk recht, en de onwaardigheid om te erven verjaart niet.

Burgerlijke veroordelingen, uitgesproken bij arresten of vonnissen gewezen in criminele, correctionele of politiezaken, verjaren naar de regels van het burgerlijk recht, te rekenen van de dag waarop zij onherroepelijk zijn geworden.

De onwaardigheid om te erven, door de rechter uitgesproken op grond van artikel 46, verjaart niet. Ze kan opgeheven worden door vergiffenis, door het slachtoffer geschonken overeenkomstig artikel 4.7 van het Burgerlijk Wetboek.

Overgangsblad: nieuwe en oude tekst voluit, om af te drukken →

Over deze mapping en de omzetting van straffen →

Verwijst naar
Art. 72, Art. 4
Justel-stand
2 april 2026 · officiële tekst op Justel
Inwerkingtreding
1 september 2026
Id
boek1-art-75

Niet-officiële tekst. Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026. De enige officiële versie is het Belgisch Staatsblad.

← Art. 74Art. 76 →