Strafwetboek 2026
Boek II
Titel 3. Misdrijven tegen de persoonHoofdstuk 4. Misdrijven tegen de fysieke of psychische integriteitAfdeling 1. Opzettelijke misdrijven tegen de fysieke of psychische integriteitOnderafdeling 1. Gewelddaden

Art. 200. Gewelddaden gepleegd op een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand niveau 5

Gewelddaden gepleegd op een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand worden als volgt bestraft:

1° gewelddaden met een integriteitsaantasting van de eerste graad of zonder integriteitsaantasting tot gevolg worden bestraft met een straf van niveau 2;

2° gewelddaden met een integriteitsaantasting van de tweede graad tot gevolg worden bestraft met een straf van niveau 3;

3° gewelddaden met een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg worden bestraft met een straf van niveau 4;

4° gewelddaden met de dood tot gevolg worden bestraft met een straf van niveau 5.

Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan neemt de rechter in overweging dat de dader de vader, de moeder of een andere bloed- of aanverwant in de rechte lijn, dan wel in de zijlijn tot de derde graad, is van het slachtoffer, dat hij gezag heeft over het slachtoffer, hem onder zijn bewaring heeft of occasioneel of gewoonlijk met het slachtoffer samenwoont.

In het Strafwetboek van 1867

Oud art. 405bis waarschijnlijk · 60%
De vroegere verzwaring van straf wanneer slagen, verwondingen of vergiftiging gepleegd werden op een minderjarige of kwetsbare persoon is samengebracht in de gegradueerde regeling van artikel 200 (gewelddaden op een minderjarige of kwetsbare persoon, niveau 2 tot 5).

In de hierna bedoelde gevallen, indien de misdaad of het wanbedrijf is gepleegd op een minderjarige of op een persoon van wie de kwetsbare toestand ten gevolge van de leeftijd, zwangerschap, een ziekte dan wel een lichamelijk of geestelijk gebrek of onvolwaardigheid duidelijk is of de dader bekend is en die niet bij machte is om in zijn onderhoud te voorzien, zijn de straffen de volgende :

1° in de gevallen bedoeld in artikel 398, eerste lid, zijn de straffen gevangenisstraf van een maand tot een jaar en geldboete van zesentwintig euro tot honderd euro;

2° in de gevallen bedoeld in artikel 398, tweede lid, zijn de straffen gevangenisstraf van twee maanden tot twee jaar en geldboete van vijftig euro tot tweehonderd euro;

3° in de gevallen bedoeld in artikel 399, eerste lid, zijn de straffen gevangenisstraf van vier maanden tot vier jaar en geldboete van vijftig euro tot tweehonderd euro;

4° in de gevallen bedoeld in artikel 399, tweede lid, zijn de straffen gevangenisstraf van een jaar tot vijf jaar en geldboete van honderd euro tot vijfhonderd euro;

5° in de gevallen bedoeld in artikel 400, eerste lid, is de straf opsluiting van vijf jaar tot tien jaar;

6° in de gevallen bedoeld in artikel 400, tweede lid, is de straf opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar;

7° in de gevallen bedoeld in artikel 401, eerste lid, is de straf opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar;

8° in de gevallen bedoeld in artikel 401, tweede lid, is de straf opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar;

9° in de gevallen bedoeld in artikel 402 is de straf opsluiting van vijf jaar tot tien jaar;

10° in de gevallen bedoeld in artikel 403 is de straf opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar.

11° in de gevallen bedoeld in artikel 404 is de straf opsluiting van zeventien jaar tot twintig jaar.

Oud art. 405ter waarschijnlijk · 55%
De verzwaring wanneer de dader een ouder, voogd of samenwonende van het kwetsbare slachtoffer is, is niet langer een automatische verdubbeling van de minimumstraf maar is opgenomen als een in aanmerking te nemen factor bij de straftoemeting in de afzonderlijke misdrijven doodslag, foltering, onmenselijke behandeling en gewelddaden op minderjarigen/kwetsbare personen.

In de gevallen bepaald in de artikelen 398 tot 405bis, indien de misdaad of het wanbedrijf is gepleegd op een minderjarige of op een persoon die kwetsbaar was ten gevolge van zijn leeftijd, zwangerschap, een ziekte, dan wel een lichamelijk of geestelijk gebrek of onvolwaardigheid, en die niet bij machte is om in zijn onderhoud te voorzien, door zijn vader, moeder of andere bloedverwanten in de opgaande lijn, of in de zijlijn tot de vierde graad of door enige andere persoon die gezag heeft over de minderjarige of de kwetsbare persoon, of door een persoon die hen onder zijn bewaring heeft, of door een persoon die occasioneel of gewoonlijk samenwoont met het slachtoffer, wordt het minimum van de bij die artikelen bepaalde straffen verdubbeld in geval van gevangenisstraf en met twee jaar verhoogd in geval van opsluiting.

Over deze mapping en de omzetting van straffen →

Strafniveau
2, 3, 4, 5 · gevangenisstraf van 10 tot 15 jaar alle misdrijven van dit niveau
Justel-stand
2026-04-02 · officiële tekst op Justel
Inwerkingtreding
1 september 2026
Id
boek2-art-200

Fout gezien in dit artikel? Meld het.

Art. 199Art. 201