Titel 3. Misdrijven tegen de persoonHoofdstuk 4. Misdrijven tegen de fysieke of psychische integriteitAfdeling 1. Opzettelijke misdrijven tegen de fysieke of psychische integriteitOnderafdeling 1. Gewelddaden
Art. 199. Gewelddaden gepleegd vanuit een discriminerende drijfveer niveau 5
Gewelddaden gepleegd vanuit een discriminerende drijfveer worden als volgt bestraft:
1° gewelddaden met een integriteitsaantasting van de eerste graad of zonder integriteitsaantasting tot gevolg worden bestraft met een straf van niveau 2;
2° gewelddaden met een integriteitsaantasting van de tweede graad tot gevolg worden bestraft met een straf van niveau 3;
3° gewelddaden met een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg worden bestraft met een straf van niveau 4;
4° gewelddaden met de dood tot gevolg worden bestraft met een straf van niveau 5.
Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan neemt de rechter in overweging dat het misdrijf werd gepleegd in het bijzijn van een minderjarige.