Strafwetboek 2026
Boek II
Titel 3. Misdrijven tegen de persoonHoofdstuk 4. Misdrijven tegen de fysieke of psychische integriteitAfdeling 1. Opzettelijke misdrijven tegen de fysieke of psychische integriteitOnderafdeling 1. Gewelddaden

Art. 198. Voorbedachte gewelddaden niveau 5

Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026, op 12 oktober 2026 vergeleken met de bron.

Gewelddaden gepleegd met voorbedachtheid worden als volgt bestraft:

1° gewelddaden met een integriteitsaantasting van de eerste graad of zonder integriteitsaantasting tot gevolg worden bestraft met een straf van niveau 2;

2° gewelddaden met een integriteitsaantasting van de tweede graad tot gevolg worden bestraft met een straf van niveau 3;

3° gewelddaden met een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg worden bestraft met een straf van niveau 4;

4° gewelddaden met de dood tot gevolg worden bestraft met een straf van niveau 5.

In het Strafwetboek van 1867

Oud art. 398 waarschijnlijk · 70%
Het eerste lid (opzettelijke slagen of verwondingen zonder verdere gevolgen) stemt overeen met artikel 194, gewelddaden met een integriteitsaantasting van de eerste graad of zonder integriteitsaantasting; het tweede lid, met voorbedachte rade, met artikel 198, 1°.

Hij die opzettelijk verwondingen of slagen toebrengt, wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en met geldboete van zesentwintig euro tot honderd euro of met een van die straffen alleen.

Ingeval de schuldige heeft gehandeld met voorbedachte rade, wordt hij veroordeeld tot gevangenisstraf van een maand tot een jaar en tot geldboete van vijftig euro tot tweehonderd euro.

Oud art. 399 waarschijnlijk · 70%
Slagen of verwondingen met ziekte of ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid tot gevolg zijn nu gewelddaden met een integriteitsaantasting van de tweede graad (artikel 195); de variant met voorbedachte rade staat in artikel 198, 2°.

Indien de slagen of verwondingen een ziekte of ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid ten gevolge hebben, wordt de schuldige gestraft met gevangenisstraf van twee maanden tot twee jaar en met geldboete van vijftig euro tot tweehonderd euro.

De schuldige wordt gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en met geldboete van honderd euro tot vijfhonderd euro, indien hij met voorbedachten rade heeft gehandeld.

Oud art. 400 waarschijnlijk · 70%
De vier gevolgen van artikel 400 (een ongeneeslijk lijkende ziekte, een ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid van meer dan vier maanden, het volledig verlies van het gebruik van een orgaan, een zware verminking) staan alle in de definitie van integriteitsaantasting van de derde graad (artikel 79, 17°), die daarnaast ook het verlies van een lichaamsfunctie en zwangerschapsverlies noemt; dat is artikel 196, gewelddaden met een integriteitsaantasting van de derde graad, en met voorbedachte rade artikel 198, 3°.

(Zie NOTA 1 onder TITEL) De straf is gevangenisstraf van twee jaar tot vijf jaar en geldboete van tweehonderd euro tot vijfhonderd euro, indien de slagen of verwondingen, hetzij een ongeneeslijk lijkende ziekte, hetzij een ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid van meer dan vier maanden, hetzij het volledig verlies van het gebruik van een orgaan, hetzij een zware verminking ten gevolg hebben.

De straf is (opsluiting van vijf jaar tot tien jaar), ingeval de schuldige heeft gehandeld met voorbedachten rade.

Oud art. 401 waarschijnlijk · 70%
Gewelddaden met de dood tot gevolg zonder oogmerk om te doden (artikel 197) en de variant met voorbedachtheid (artikel 198, 4°) dekken de inhoud van dit artikel.

(Zie NOTA 1 onder TITEL) Wanneer de slagen of verwondingen opzettelijk worden toegebracht, maar zonder het oogmerk om te doden, en toch de dood veroorzaken, wordt de schuldige gestraft met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar.

Hij wordt gestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar indien hij die gewelddaden met voorbedachten rade pleegt.

Oud art. 279bis waarschijnlijk · 55%
De bijzondere bescherming tegen dodelijke slagen aan ministers en parlementsleden is verdwenen; het feit gaat op in de algemene regeling van gewelddaden met de dood tot gevolg, al dan niet met voorbedachten rade.

Wanneer de slagen worden toegebracht zonder het oogmerk om te doden, en toch de dood veroorzaken, wordt de schuldige gestraft met opsluiting van zeven jaar tot tien jaar.

Hij wordt gestraft met opsluiting van twaalf jaar tot vijftien jaar indien hij die gewelddaden met voorbedachten rade pleegt.

Overgangsblad: nieuwe en oude tekst voluit, om af te drukken →

Over deze mapping en de omzetting van straffen →

Strafniveau
2, 3, 4, 5 · gevangenisstraf van meer dan 10 jaar tot ten hoogste 15 jaar alle misdrijven van dit niveau
Justel-stand
2 april 2026 · officiële tekst op Justel
Inwerkingtreding
1 september 2026
Id
boek2-art-198

Niet-officiële tekst. Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026. De enige officiële versie is het Belgisch Staatsblad.

← Art. 197Art. 199 →