Art. 197. Gewelddaden met de dood tot gevolg niveau 4
Gewelddaden die de dood tot gevolg hebben, zonder dat de dader handelde met het oogmerk te doden, worden bestraft met een straf van niveau 4.
In het Strafwetboek van 1867
Oud art. 401 waarschijnlijk · 70%Gewelddaden met de dood tot gevolg zonder oogmerk om te doden (artikel 197) en de verzwaring bij voorbedachte rade (artikel 198) dekken de inhoud van dit artikel; de straf daalt van opsluiting 5-15 jaar naar niveau 4-5.
(Zie NOTA 1 onder TITEL) Wanneer de slagen of verwondingen opzettelijk worden toegebracht, maar zonder het oogmerk om te doden, en toch de dood veroorzaken, wordt de schuldige gestraft met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar.
Hij wordt gestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar indien hij die gewelddaden met voorbedachten rade pleegt.
Oud art. 279bis waarschijnlijk · 55%De bijzondere bescherming tegen dodelijke slagen aan ministers en parlementsleden is verdwenen; het feit gaat op in de algemene regeling van gewelddaden met de dood tot gevolg, al dan niet met voorbedachten rade.
Wanneer de slagen worden toegebracht zonder het oogmerk om te doden, en toch de dood veroorzaken, wordt de schuldige gestraft met opsluiting van zeven jaar tot tien jaar.
Hij wordt gestraft met opsluiting van twaalf jaar tot vijftien jaar indien hij die gewelddaden met voorbedachten rade pleegt.
Oud art. 404 waarschijnlijk · 55%Het toedienen van schadelijke stoffen zonder doodsoogmerk maar met de dood tot gevolg valt onder de brede definitie van gewelddaden (elke wijze van toebrengen van lichamelijk letsel); dit komt het dichtst overeen met artikel 197 (gewelddaden met de dood tot gevolg, niveau 4), al is de strafmaat sterk verlaagd tegenover de vroegere opsluiting van 15 tot 20 jaar.
(Zie NOTA 1 onder TITEL) Indien de stoffen opzettelijk worden toegediend, maar zonder het oogmerk om te doden, en toch de dood veroorzaken, wordt de schuldige gestraft met (opsluiting) van vijftien jaar tot twintig jaar.