Art. 201. Intrafamiliale gewelddaden niveau 5
Gewelddaden gepleegd op een bloedverwant of aanverwant in de rechte opgaande of neerdalende lijn, een bloedverwant of aanverwant in de zijlijn tot de derde graad, een partner of ieder ander persoon die een soortgelijke positie heeft in het gezin van voornoemde personen worden als volgt bestraft:
1° gewelddaden met een integriteitsaantasting van de eerste graad of zonder integriteitsaantasting tot gevolg worden bestraft met een straf van niveau 2;
2° gewelddaden met een integriteitsaantasting van de tweede graad tot gevolg worden bestraft met een straf van niveau 3;
3° gewelddaden met een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg worden bestraft met een straf van niveau 4;
4° gewelddaden met de dood tot gevolg worden bestraft met een straf van niveau 5.
Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan neemt de rechter in overweging dat het misdrijf werd gepleegd in het bijzijn van een minderjarige.
In het Strafwetboek van 1867
Oud art. 410 waarschijnlijk · 55%De verdubbeling van de minimumstraf bij gewelddaden tegen ouders/bloedverwanten/echtgenoot is niet langer een aanhangsel bij de artikelen 398-405, maar is verwerkt in het zelfstandige, naar ernst gegradeerde misdrijf 'intrafamiliale gewelddaden' (artikel 201), dat ook de verzwaring bij aanwezigheid van een minderjarige bevat.
Indien de schuldige, in de gevallen omschreven in de artikelen 398 tot 405, de misdaad of het wanbedrijf pleegt tegen zijn vader, moeder of andere bloedverwanten in de rechte opgaande lijn of in de zijlijn tot de vierde graad, wordt de minimumstraf bedoeld in die artikelen verdubbeld in geval van gevangenisstraf en met twee jaar verhoogd in geval van opsluiting.
Hetzelfde geldt ingeval de schuldige de misdaad of het wanbedrijf heeft gepleegd tegen zijn echtgenoot of de persoon met wie hij samenleeft of samengeleefd heeft en een duurzame affectieve en seksuele relatie heeft of gehad heeft. (Bovendien wordt de maximumstraf, in het geval bepaald in artikel 398, eerste lid, verhoogd tot gevangenisstraf van een jaar.)
Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan moet de rechter in overweging nemen dat het misdrijf werd gepleegd in het bijzijn van een minderjarige.