Art. 607. Vernieling of brandstichting ter bevoordeling van de vijand
Vernieling of brandstichting ter bevoordeling van de vijand is het plegen van een misdrijf zoals bedoeld in hoofdstuk 2 van titel 6 met het oogmerk hierdoor de vijand te bevoordelen.
Dit misdrijf wordt bestraft:
1° indien op dit misdrijf van hoofdstuk 2 van titel 6 een straf van niveau 1, 2, 3 is gesteld, wordt de straf vervangen door een straf van niveau 4;
2° indien op dit misdrijf van hoofdstuk 2 van titel 6 een straf van niveau 4 is gesteld, wordt de straf vervangen door een straf van niveau 5;
3° indien op dit misdrijf van hoofdstuk 2 van titel 6 een straf van niveau 5 is gesteld, wordt de straf vervangen door een straf van niveau 6;
4° indien op dit misdrijf van hoofdstuk 2 van titel 6 een straf van niveau 6 of 7 is gesteld, wordt de straf vervangen door een straf van niveau 8.
De poging tot het plegen van dit misdrijf wordt bestraft zoals het voltooid misdrijf.
In het Strafwetboek van 1867
Oud art. 122 zeker · 92%De verzwaring van brandstichting/vernieling ter bevoordeling van de vijand, inclusief de gelijkstelling van poging met voltooid misdrijf, is nagenoeg woordelijk overgenomen in art. 607.
Wanneer zaken in brand gestoken of door enigerlei middel vernield worden met het oogmerk de vijand te begunstigen, worden de straffen die bij Titel IX, Hoofdstuk III, op deze feiten gesteld zijn, vervangen als volgt :
gevangenisstraf door opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar;
opsluiting van vijf jaar tot tien jaar door opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar;
opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar door opsluiting van twintig jaar tot dertig jaar;
opsluiting van vijftien jaar en meer door levenslange opsluiting;
poging tot brandstichting of vernieling wordt beschouwd als zijnde de misdaad zelf.