Strafwetboek 2026
Boek II
Titel 8. Misdrijven tegen de Staat en zijn functionerenHoofdstuk 4. AmbtsmisdrijvenAfdeling 1. Schending van fundamentele rechten van de burgers

Art. 625. Het verzuim om op te treden tegen een wederrechtelijke vrijheidsberoving niveau 3

Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026, op 12 oktober 2026 vergeleken met de bron.

Het verzuim om op te reden tegen een wederrechtelijke vrijheidsberoving is het opzettelijk nalaten of weigeren een wederrechtelijke vrijheidsberoving vast te stellen, aan te geven of te beëindigen door een persoon met een openbare functie.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 3.

Oud Strafwetboek van 1867: art. 155 (koppeling zeker). Oude tekst: hetstrafwetboek.be/mapping

Oud Strafwetboek van 1867: art. 156 (koppeling zeker). Oude tekst: hetstrafwetboek.be/mapping

In het Strafwetboek van 1867

Oud art. 155 zeker · 85%
Het nalaten of weigeren door een bevoegde ambtenaar om een wederrechtelijke vrijheidsberoving te doen ophouden, is overgenomen in artikel 625.

Openbare officieren of ambtenaren die met de administratieve of de gerechtelijke politie belast zijn en die, bevoegd zijnde om een te hunner kennis gebrachte wederrechtelijke vrijheidsberoving te doen ophouden, nalaten of weigeren zulks te doen, worden gestraft met gevangenisstraf van een maand tot een jaar.

Oud art. 156 zeker · 85%
Het nalaten of weigeren door een niet-bevoegde ambtenaar om een wederrechtelijke vrijheidsberoving vast te stellen en aan te geven, is eveneens overgenomen in het algemene artikel 625.

Openbare officieren of ambtenaren die met de administratieve of de gerechtelijke politie belast zijn en die, niet bevoegd zijnde om een wederrechtelijke vrijheidsberoving te doen ophouden, nalaten of weigeren de te hunner kennis gebrachte wederrechtelijke vrijheidsberoving vast te stellen en bij de bevoegde overheid aan te geven, worden gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden.

Oud art. 157 waarschijnlijk · 50%
De gedetailleerde plichten van gevangenisbestuurders en bewaarders gaan op in een ruim omschreven ambtsmisdrijf: het opzettelijk nalaten of weigeren een wederrechtelijke vrijheidsberoving vast te stellen, aan te geven of te beëindigen door een persoon met een openbare functie. Het oude artikel stelde gevangenisstraf van vijftien dagen tot twee jaar en geldboete; het nieuwe artikel stelt een straf van niveau 3. Het weigeren de registers te tonen kan daarnaast onder de subsidiaire willekeurbepaling vallen.

Met gevangenisstraf van vijftien dagen tot twee jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot tweehonderd euro worden gestraft :

De bestuurders, bevelhebbers, bewaarders en portiers van (gevangenissen) die een gevangene opnemen zonder wettige last of wettig bevel of zonder vonnis;

Die hem vasthouden of weigeren hem voor te brengen voor de officier van politie of voor de houder van diens bevelen, zonder te bewijzen dat de procureur des Konings of de rechter dit heeft verboden;

Die weigeren hun registers aan de officier van politie te vertonen.

Overgangsblad: nieuwe en oude tekst voluit, om af te drukken →

Over deze mapping en de omzetting van straffen →

Strafniveau
3 · gevangenisstraf van meer dan 3 jaar tot ten hoogste 5 jaar alle misdrijven van dit niveau
Justel-stand
2 april 2026 · officiële tekst op Justel
Inwerkingtreding
1 september 2026
Id
boek2-art-625

Niet-officiële tekst. Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026. De enige officiële versie is het Belgisch Staatsblad.

← Art. 624Art. 626 →