Art. 626. De willekeurige inbreuk op de grondrechten niveau 2
Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026, op 12 oktober 2026 vergeleken met de bron.
De willekeurige inbreuk op de grondrechten is elke opzettelijk gepleegde daad van willekeur door een persoon met een openbare functie die een inbreuk maakt op de door de grondwet of door België geratificeerde verdragen gewaarborgde rechten en vrijheden en die niet strafbaar is onder een andere bepaling van dit Wetboek.
Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2.
Wat dit strafniveau inhoudt (art. 36 van boek I)
De straf van niveau 2 bestaat uit een van de volgende straffen:
1° de gevangenisstraf van zes maanden tot ten hoogste drie jaar;
2° de behandeling onder vrijheidsberoving van zes maanden tot ten hoogste twee jaar;
3° de straf onder elektronisch toezicht van een maand tot ten hoogste een jaar;
4° de werkstraf van meer dan honderdtwintig uur tot ten hoogste driehonderd uur;
5° de probatiestraf van meer dan twaalf maanden tot ten hoogste twee jaar;
6° de veroordeling bij schuldigverklaring.
Bij aanneming van verzachtende omstandigheden wordt de straf van niveau 2 vervangen door een van de straffen van niveau 1.
Bijkomende straffen, verzachtende omstandigheden, herhaling en samenloop: zie art. 37 tot 65 van boek I.
Oud Strafwetboek van 1867: art. 151 (koppeling zeker). Oude tekst: hetstrafwetboek.be/mapping
In het Strafwetboek van 1867
Oud art. 151 zeker · 85%De restcategorie van willekeurige daden die grondwettelijke vrijheden schenden, gepleegd door een ambtenaar, is overgenomen in het algemene artikel 626 over de willekeurige inbreuk op de grondrechten.
Elke andere daad van willekeur die inbreuk maakt op door de Grondwet gewaarborgde vrijheden en rechten en die bevolen of uitgevoerd wordt door een openbaar officier of ambtenaar, door een drager of agent van het openbaar gezag of van de openbare macht, wordt gestraft met gevangenisstraf van vijftien dagen tot een jaar.
Oud art. 159 waarschijnlijk · 50%Het vasthouden van personen buiten de door de overheid aangewezen plaatsen verdwijnt als afzonderlijk misdrijf en valt nog onder de restbepaling voor willekeurige inbreuken op de grondrechten van artikel 626. Gaat het om een echte wederrechtelijke opsluiting, dan is artikel 219 van toepassing.
Met dezelfde straf worden gestraft de ambtenaren van het openbare ministerie, de rechters of de openbare officieren, die iemand vasthouden of doen vasthouden buiten de plaatsen, door de Regering of door het openbaar bestuur aangewezen.
Overgangsblad: nieuwe en oude tekst voluit, om af te drukken →
Niet-officiële tekst. Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026. De enige officiële versie is het Belgisch Staatsblad.