Art. 203. Uitgelokte gewelddaden niveau 2
Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026, op 12 oktober 2026 vergeleken met de bron.
De gewelddaden zijn uitgelokt indien deze werden gepleegd onder de onmiddellijke invloed van opzettelijk gepleegd, onrechtmatig, ernstig en ogenblikkelijk fysiek of psychisch geweld tegen de persoon van de dader of tegen een derde.
Indien op de gewelddaden een straf van niveau 5, 4 of 3 is gesteld, wordt deze vervangen door een straf van niveau 2 wanneer zij zijn uitgelokt.
Indien op de gewelddaden een straf van niveau 2 is gesteld, wordt deze vervangen door een straf van niveau 1 wanneer zij zijn uitgelokt.
Indien op de gewelddaden een straf van niveau 1 is gesteld, kan deze straf worden vervangen door een op het misdrijf gestelde bijkomende straf wanneer zij zijn uitgelokt.
Wat dit strafniveau inhoudt (art. 36 van boek I)
De straf van niveau 1 bestaat uit een van de volgende straffen:
1° de geldboete van 200 euro tot ten hoogste 20.000 euro;
2° de werkstraf van twintig uur tot ten hoogste honderdtwintig uur;
3° de probatiestraf van zes maanden tot ten hoogste twaalf maanden;
4° de verbeurdverklaring, met inbegrip van de verruimde verbeurdverklaring;
5° de geldstraf vastgesteld op basis van het verwachte of uit het misdrijf behaalde voordeel;
6° de veroordeling bij schuldigverklaring.
Wanneer de wet voorziet in een bijkomende straf voor een misdrijf dat wordt bestraft met een hoofdstraf van niveau 1, kan de rechter bij aanneming van verzachtende omstandigheden die bijkomende straf uitspreken in plaats van de hoofdstraf.
De straf van niveau 2 bestaat uit een van de volgende straffen:
1° de gevangenisstraf van zes maanden tot ten hoogste drie jaar;
2° de behandeling onder vrijheidsberoving van zes maanden tot ten hoogste twee jaar;
3° de straf onder elektronisch toezicht van een maand tot ten hoogste een jaar;
4° de werkstraf van meer dan honderdtwintig uur tot ten hoogste driehonderd uur;
5° de probatiestraf van meer dan twaalf maanden tot ten hoogste twee jaar;
6° de veroordeling bij schuldigverklaring.
Bij aanneming van verzachtende omstandigheden wordt de straf van niveau 2 vervangen door een van de straffen van niveau 1.
Bijkomende straffen, verzachtende omstandigheden, herhaling en samenloop: zie art. 37 tot 65 van boek I.
Oud Strafwetboek van 1867: art. 411 (koppeling zeker). Oude tekst: hetstrafwetboek.be/mapping
In het Strafwetboek van 1867
Oud art. 411 zeker · 90%De verschoonbaarheid van doodslag en gewelddaden bij onmiddellijke uitlokking door zware gewelddaden is nagenoeg woordelijk overgenomen in de artikelen 103 (uitgelokte doodslag) en 203 (uitgelokte gewelddaden).
Doodslag, verwondingen en slagen zijn verschoonbaar, indien zij onmiddellijk uitgelokt worden door zware gewelddaden tegen personen.
Oud art. 414 waarschijnlijk · 65%De schaal van strafverminderingen bij een bewezen verschonend feit is vervangen door de techniek van de vervanging van het strafniveau: de uitgelokte doodslag wordt bestraft met een straf van niveau 3 en bij uitgelokte gewelddaden zakt de straf telkens een of meer niveaus. De vaste gevangenisstraffen en geldboeten van artikel 414 verdwijnen daarmee.
Wanneer het verschonend feit bewezen is, wordt de straf verminderd :
- tot gevangenisstraf van een jaar tot vijf jaar en tot geldboete van honderd euro tot vijfhonderd euro, indien het een misdaad betreft, waarop een maximumstraf van meer dan twintig jaar opsluiting gesteld is, ongeacht of deze al dan niet gecorrectionaliseerd is;
- tot gevangenisstraf van zes maanden tot twee jaar en tot geldboete van vijftig euro tot tweehonderd euro, indien het enige andere al dan niet gecorrectionaliseerde misdaad betreft;
- tot gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en tot geldboete van zesentwintig euro tot honderd euro, indien het een ander wanbedrijf betreft.
Overgangsblad: nieuwe en oude tekst voluit, om af te drukken →
Niet-officiële tekst. Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026. De enige officiële versie is het Belgisch Staatsblad.