Art. 418. Wederrechtelijke binnendringing in een nucleaire installatie niveau 2
Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026, op 12 oktober 2026 vergeleken met de bron.
De wederrechtelijke binnendringing in een nucleaire installatie is dat een persoon die extern is aan een installatie waarin kernmateriaal vervaardigd, verwerkt, gebruikt, behandeld, opgeslagen of definitief geborgen wordt, opzettelijk en zonder een bevel van de overheid en buiten de gevallen waarin de wet het toelaat, binnendringt of tracht binnen te dringen in de gedeeltes van een dergelijke installatie waarvan de toegang beperkt is tot de in artikel 8bis, §§ 1 tot 4, van de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen bedoelde personen, hetzij zonder hiervoor de toestemming te hebben gekregen van de exploitant of zijn aangestelde, hetzij door gebruik te maken van listige kunstgrepen om de exploitant of zijn aangestelde te misleiden over zijn bevoegdheid om in deze gedeeltes van de installatie binnen te dringen.
Dit misdrijf wordt gestraft met een straf van niveau 2.
Wat dit strafniveau inhoudt (art. 36 van boek I)
De straf van niveau 2 bestaat uit een van de volgende straffen:
1° de gevangenisstraf van zes maanden tot ten hoogste drie jaar;
2° de behandeling onder vrijheidsberoving van zes maanden tot ten hoogste twee jaar;
3° de straf onder elektronisch toezicht van een maand tot ten hoogste een jaar;
4° de werkstraf van meer dan honderdtwintig uur tot ten hoogste driehonderd uur;
5° de probatiestraf van meer dan twaalf maanden tot ten hoogste twee jaar;
6° de veroordeling bij schuldigverklaring.
Bij aanneming van verzachtende omstandigheden wordt de straf van niveau 2 vervangen door een van de straffen van niveau 1.
Bijkomende straffen, verzachtende omstandigheden, herhaling en samenloop: zie art. 37 tot 65 van boek I.
Oud Strafwetboek van 1867: art. 488quinquies (koppeling zeker). Oude tekst: hetstrafwetboek.be/mapping
In het Strafwetboek van 1867
Oud art. 488quinquies zeker · 90%Het wederrechtelijk binnendringen in een nucleaire installatie door een externe persoon is vrijwel woordelijk hernomen in art. 418, niveau 2.
Met een gevangenisstraf van een maand tot twee jaar en met een geldboete van honderd euro tot vijftigduizend euro, of met een van die straffen alleen wordt gestraft, elke persoon die extern is aan een installatie waarin kernmateriaal vervaardigd, verwerkt, gebruikt, behandeld, opgeslagen of definitief geborgen wordt, die zonder een bevel van de overheid en buiten de gevallen waarin de wet het toelaat, binnendringt of tracht binnen te dringen in de gedeeltes van een dergelijke installatie waarvan de toegang beperkt is tot de in artikel 8bis, §§ 1 tot 4, van de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen bedoelde personen, hetzij zonder hiervoor de toestemming te hebben gekregen van de exploitant of zijn aangestelde, hetzij door gebruik te maken van listige kunstgrepen om de exploitant of zijn aangestelde te misleiden over zijn bevoegdheid om in deze gedeeltes van de installatie binnen te dringen.
Overgangsblad: nieuwe en oude tekst voluit, om af te drukken →
Niet-officiële tekst. Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026. De enige officiële versie is het Belgisch Staatsblad.