Art. 351. Weigering om gevolg te geven aan een beslissing tot ontruiming of tot uithuiszetting niveau 1
Weigering om gevolg te geven aan een beslissing tot ontruiming of tot uithuiszetting is het opzettelijk geen gevolg geven, binnen de gestelde termijn, aan het bevel tot ontruiming bedoeld in artikel 12, § 1, van de wet van 18 oktober 2017 betreffende het onrechtmatig binnendringen in, bezetten van of verblijven in andermans goed of tot uithuiszetting bedoeld in artikel 1344decies van het Gerechtelijk Wetboek.
Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 1.
In het Strafwetboek van 1867
Oud art. 442/1 zeker · 85%De onwettige bezetting van een niet-bewoonde plaats zonder toestemming (§1) komt overeen met artikel 350, en de weigering om aan een ontruimings- of uithuiszettingsbevel te voldoen (§2) met artikel 351.
§ 1. Met gevangenisstraf van acht dagen tot een maand en met geldboete van zesentwintig euro tot honderd euro of met een van die straffen alleen wordt gestraft hij die, zonder een bevel van de overheid hetzij zonder toestemming van een houder van een titel die of een recht dat toegang verschaft tot de betrokken plaats of gebruik van of verblijf in het betrokken goed toestaat en buiten de gevallen waarin de wet het toelaat, op eender welke manier andermans niet bewoonde huis, appartement, kamer of verblijf, of de aanhorigheden ervan of enige andere niet bewoonde ruimte of andermans roerend goed dat al dan niet als verblijf kan dienen, hetzij binnendringt, hetzij bezet, hetzij erin verblijft zonder zelf houder te zijn van voormelde titel of recht.
§ 2. Met gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot tweehonderd euro of met een van die straffen alleen wordt gestraft hij die binnen de vastgestelde termijn geen gevolg geeft aan het bevel tot ontruiming bedoeld in artikel 12, § 1, van de wet van 18 oktober 2017 betreffende het onrechtmatig binnendringen in, bezetten van of verblijven in andermans goed, zoals hersteld bij de wet van 6 december 2022 om justitie menselijker, sneller en straffer te maken IIbis of aan de uithuiszetting bedoeld in artikel 1344decies van Gerechtelijk Wetboek.
§ 3. Het in paragraaf 1 bedoelde misdrijf kan alleen worden vervolgd op klacht van een persoon die houder is van een titel of een recht op het betrokken goed.