Strafwetboek 2026
Boek II
Titel 5. ValshedenHoofdstuk 1. Bescherming van de munt, van de effecten, van de veiligheidskenmerken en van de zegels, stempels, keurstempels en merken en van de niet-contante betaalinstrumenten.Afdeling 2. Bescherming van de munt, van de effecten, van het materiaal voor het vervaardigen van de munt of de effecten en van de veiligheidskenmerken

Art. 431. Weer in omloop brengen van de valse munten of valse effecten die te goeder trouw ontvangen zijn niveau 1

Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026, op 12 oktober 2026 vergeleken met de bron.

Weer in omloop brengen van de valse munten of valse effecten die te goeder trouw ontvangen zijn, is het met bedrieglijk opzet weer in omloop brengen van de nagemaakte, vervalste of beschadigde munt of effecten, die voor echt ontvangen zijn, maar waarvan men het nagemaakte, vervalste of beschadigde karakter na ontvangst heeft vastgesteld.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 1.

Oud Strafwetboek van 1867: art. 170 (koppeling zeker). Oude tekst: hetstrafwetboek.be/mapping

Oud Strafwetboek van 1867: art. 178 (koppeling zeker). Oude tekst: hetstrafwetboek.be/mapping

In het Strafwetboek van 1867

Oud art. 170 zeker · 90%
Het weer in omloop brengen van te goeder trouw ontvangen valse munten na vaststelling van de ondeugdelijkheid komt exact overeen met art. 431; de geldboete wordt vervangen door een straf van niveau 1.

Hij die nagemaakte of geschonden muntstukken, die hij voor goede ontvangen heeft, weer in omloop brengt, na de ondeugdelijkheid ervan te hebben vastgesteld of doen vaststellen, wordt gestraft met een boete van zesentwintig euro tot duizend euro.

(Poging tot het wanbedrijf omschreven in het vorige lid wordt gestraft met geldboete van zesentwintig euro tot tweehonderd euro.)

Oud art. 178 zeker · 85%
Het weer in omloop brengen van te goeder trouw ontvangen nagemaakte effecten na vaststelling van de ondeugdelijkheid komt overeen met art. 431, dat zowel munt als effecten omvat.

Hij die nagemaakte of vervalste aandelen, schuldbrieven, rente- of dividendbewijzen of biljetten die hij voor goede ontvangen heeft, weer in omloop brengt, na de ondeugdelijkheid ervan te hebben vastgesteld of doen vaststellen, wordt gestraft met gevangenisstraf van een maand tot een jaar en met geldboete van vijftig euro tot duizend euro of met een van die straffen alleen.

(Poging tot het wanbedrijf omschreven in het vorige lid wordt gestraft met gevangenisstraf van vijftien dagen tot zes maanden en met geldboete van zesentwintig euro tot vijfhonderd euro of met een van die straffen alleen.)

Overgangsblad: nieuwe en oude tekst voluit, om af te drukken →

Over deze mapping en de omzetting van straffen →

Strafniveau
1 · geen gevangenisstraf: geldboete, werkstraf, probatiestraf of een andere straf van niveau 1 alle misdrijven van dit niveau
Justel-stand
2 april 2026 · officiële tekst op Justel
Inwerkingtreding
1 september 2026
Id
boek2-art-431

Niet-officiële tekst. Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026. De enige officiële versie is het Belgisch Staatsblad.

← Art. 430Art. 432 →