Strafwetboek 2026
Boek I
Hoofdstuk 3. Dader van het misdrijfAfdeling 1. Daderschap en deelneming

Art. 19. Strafbare deelneming

Diegenen die wetens en willens op betekenisvolle wijze bijdragen tot een misdrijf, op de wijze en binnen de perken als hierna aangegeven, worden als deelnemers beschouwd en kunnen als daders worden gestraft:

1° zij die rechtstreeks aan de uitvoering deelnemen;

2° zij die de voorbereiding of de uitvoering van het misdrijf vergemakkelijken;

3° zij die rechtstreeks aanzetten tot het plegen van het misdrijf;

4° zij die nalaten om te handelen en hierdoor het plegen van het misdrijf rechtstreeks hebben bevorderd of vergemakkelijkt;

5° zij die hulp of bijstand verlenen aan de dader na het misdrijf indien hierover vooraf overleg is gepleegd.

In dit wetboek wordt onder het begrip "dader" ook de deelnemer aan het misdrijf begrepen.

In het Strafwetboek van 1867

Oud art. 69 waarschijnlijk · 70%
Het onderscheid tussen daders en medeplichtigen verdwijnt: deelnemers kunnen als daders worden gestraft, zodat de verlaagde strafschaal van een niveau lager, of twee derden bij wanbedrijf, vervalt. De strafvermindering blijft enkel bestaan voor de poging.

Medeplichtigen aan een misdaad worden gestraft met de straf die, overeenkomstig de artikelen 80 en 81 van dit wetboek, onmiddellijk lager is dan die waarmee zij als daders van die misdaad zouden worden gestraft. Zij worden echter gestraft met twintig jaar tot dertig jaar opsluiting of twintig jaar tot dertig jaar hechtenis indien zij medeplichtig waren aan een misdaad die strafbaar is met levenslange opsluiting of met levenslange hechtenis.

De straf tegen medeplichtigen aan een wanbedrijf zal niet hoger zijn dan twee derden van die welke op hen zou worden toegepast, indien zij de daders van dat wanbedrijf waren.

Oud art. 66 waarschijnlijk · 55%
De categorieën van daderschap (rechtstreekse uitvoering, onmisbare hulp, rechtstreekse uitlokking) zijn opgenomen in de eengemaakte notie van strafbare deelneming in art. 19, die daders en vroegere medeplichtigen niet langer principieel onderscheidt naar strafmaat.

Als daders van een misdaad of een wanbedrijf worden gestraft :

Zij die de misdaad of het wanbedrijf hebben uitgevoerd of aan de uitvoering rechtstreeks hebben meegewerkt;

Zij die door enige daad tot de uitvoering zodanige hulp hebben verleend dat de misdaad of het wanbedrijf zonder hun bijstand niet had kunnen worden gepleegd;

Zij die, door giften, beloften, bedreigingen, misbruik van gezag of van macht, misdadige kuiperijen of arglistigheden, de misdaad of het wanbedrijf rechtstreeks hebben uitgelokt;

(Zij die, het zij door woorden in openbare bijeenkomsten of plaatsen gesproken, hetzij door enigerlei geschrift, drukwerk, prent of zinnebeeld, aangeplakt, rondgedeeld of verkocht, te koop geboden of openlijk tentoongesteld, het plegen van het feit rechtstreeks hebben uitgelokt, onverminderd de straffen die bij de wet bepaald zijn tegen daders van aanzetting tot misdaden of wanbedrijven, zelfs voor het geval dat die aanzetting zonder gevolg is gebleven.)

Oud art. 67 waarschijnlijk · 55%
De vroegere afzonderlijke categorie van medeplichtigheid (instructies geven, middelen verschaffen, hulp bij voorbereiding) is opgegaan in de algemene notie van strafbare deelneming van art. 19.

Als medeplichtigen aan een misdaad of een wanbedrijf worden gestraft :

Zij die onderrichtingen hebben gegeven om de misdaad of het wanbedrijf te plegen;

Zij die wapens, werktuigen of enig ander middel hebben verschaft, die tot de misdaad of het wanbedrijf hebben gediend, wetende dat ze daartoe zouden dienen;

Zij die, buiten het geval van artikel 66, § 3, met hun weten de dader of de daders hebben geholpen of bijgestaan in daden die de misdaad of het wanbedrijf hebben voorbereid, vergemakkelijkt of voltooid.

Over deze mapping en de omzetting van straffen →

Aangehaald in
Art. 78, Art. 92 (boek II), Art. 402 (boek II), Art. 407 (boek II), Art. 562 (boek II), Art. 590 (boek II), Art. 601 (boek II), Art. 613 (boek II)
Justel-stand
2026-04-02 · officiële tekst op Justel
Inwerkingtreding
1 september 2026
Id
boek1-art-19

Fout gezien in dit artikel? Meld het.

Art. 18Art. 20