Art. 402. Verschaffen van onderdak aan een oproerige gewapende bende niveau 3
Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026, op 12 oktober 2026 vergeleken met de bron.
Verschaffen van onderdak aan een oproerige gewapende bende is het opzettelijk verschaffen van onderdak, een schuilplaats of een vergaderplaats aan een oproerige gewapende bende of een deel ervan, met kennis van het doel of de aard van die bende.
Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 3.
Deze bepaling laat de toepassing van artikel 19 onverlet.
Wat dit strafniveau inhoudt (art. 36 van boek I)
De straf van niveau 3 bestaat uit een gevangenisstraf van meer dan drie jaar tot ten hoogste vijf jaar of een behandeling onder vrijheidsberoving van meer dan twee jaar tot ten hoogste vier jaar. Bij aanneming van verzachtende omstandigheden wordt die straf vervangen door een van de straffen van niveau 2 of 1.
Bijkomende straffen, verzachtende omstandigheden, herhaling en samenloop: zie art. 37 tot 65 van boek I.
In het Strafwetboek van 1867
Oud art. 133 waarschijnlijk · 70%Het bewust verschaffen van onderdak, een schuilplaats of een vergaderplaats aan de bende is overgenomen in artikel 402; de koppeling aan specifieke misdaadartikelen is losgelaten. Het oude artikel stelde opsluiting of hechtenis van vijf tot tien jaar naargelang het geval; artikel 402 stelt een straf van niveau 3.
(Zie NOTA 1 onder TITEL) Zij die, bekend met het doel of de aard van die benden, aan deze of aan hun afdelingen, een onderdak, een schuilplaats of een vergaderplaats verschaffen, worden gestraft, in de gevallen van de artikelen 101, 102, 103 en 128, met (opsluiting van vijf jaar tot tien jaar), en, in de gevallen van de artikelen 104 en 127, met hechtenis van vijf jaar tot tien jaar.
Oud art. 68 waarschijnlijk · 50%De algemene deelnemingsvorm van wie er een gewoonte van maakt boosdoeners onderdak te verschaffen, is vervangen door zelfstandige misdrijven per context: onderdak aan een vereniging van misdadigers, aan een oproerige gewapende bende en aan samenspanners of aanslagplegers. De dader wordt niet langer als medeplichtige gestraft maar met een eigen straf van niveau 2 of 3, en het vereiste van een gewoonte vervalt.
Zij die, bekend met het misdadig gedrag van boosdoeners die roverijen plegen of gewelddaden tegen de veiligheid van de Staat, tegen de openbare rust, tegen personen of eigendommen, er een gewoonte van maken hun een onderdak, een schuilplaats of een vergaderplaats te verschaffen, worden als hun medeplichtigen gestraft.
Overgangsblad: nieuwe en oude tekst voluit, om af te drukken →
Niet-officiële tekst. Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026. De enige officiële versie is het Belgisch Staatsblad.