Strafwetboek 2026
Boek I
Hoofdstuk 3. Dader van het misdrijfAfdeling 2. Doorwerking van verzwarende bestanddelen en verzwarende factoren

Art. 20. Doorwerking van de verzwarende bestanddelen en de verzwarende factoren

Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026, op 12 oktober 2026 vergeleken met de bron.

De dader in de zin van artikel 17, 3°, of de deelnemer die kennis had of kennis had moeten hebben van het bestaan van een objectief verzwarend bestanddeel of een objectieve verzwarende factor bij het misdrijf of die wist of had moeten weten dat de verwezenlijking van dat bestanddeel of die factor in de lijn lag van het normale of voorzienbare verloop van de gebeurtenissen en die, met kennis van zaken, heeft volhard in zijn wil om mee te werken aan het plegen van dat misdrijf, wordt gestraft als dader of deelnemer van het verzwaarde misdrijf.

Subjectieve verzwarende bestanddelen en subjectieve verzwarende factoren hebben enkel gevolgen voor de straf van de dader of deelnemer aan het misdrijf indien wat hem betreft aan de toepassingsvoorwaarden ervan is voldaan.

Verwijst naar
Art. 17, Art. 3
Justel-stand
2 april 2026 · officiële tekst op Justel
Inwerkingtreding
1 september 2026
Id
boek1-art-20

Niet-officiële tekst. Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026. De enige officiële versie is het Belgisch Staatsblad.

← Art. 19Art. 21 →