Strafwetboek 2026
Boek I
Hoofdstuk 3. Dader van het misdrijfAfdeling 3. Schuldontheffingsgronden

Art. 21. Schuldontheffingsgronden

Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026, op 12 oktober 2026 vergeleken met de bron. Laatst gewijzigd bij de wet van 16 maart 2026, volgens de noten van Justel.

Schuldontheffingsgronden zijn de in het tweede lid bedoelde omstandigheden waardoor de dader van het strafbaar gestelde feit geen verwijt treft wegens de concrete situatie waarin hij de strafbaar gestelde gedraging stelt.

De schuldontheffingsgronden zijn:

1° de onweerstaanbare dwang;

2° de onoverkomelijke dwaling.

Wijzigingen volgens Justel

(1) <W 2026-03-16/08, art. 3, 005; Inwerkingtreding : 01-09-2026>

Aangehaald in
Art. 7
Justel-stand
2 april 2026 · officiële tekst op Justel
Inwerkingtreding
1 september 2026
Id
boek1-art-21

Niet-officiële tekst. Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026. De enige officiële versie is het Belgisch Staatsblad.

← Art. 20Art. 22 →