Hoofdstuk 3. Dader van het misdrijfAfdeling 3. Schuldontheffingsgronden
Art. 21. Schuldontheffingsgronden
Schuldontheffingsgronden zijn de in het tweede lid bedoelde omstandigheden waardoor de dader van het strafbaar gestelde feit geen verwijt treft wegens de concrete situatie waarin hij de strafbaar gestelde gedraging stelt.
De schuldontheffingsgronden zijn:
1° de onweerstaanbare dwang;
2° de onoverkomelijke dwaling.
Wijzigingen volgens Justel
(1) <W 2026-03-16/08, art. 3, 005; Inwerkingtreding : 01-09-2026>