Art. 613. Aanzetten tot misdrijven tegen de landsverdediging
Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026, op 12 oktober 2026 vergeleken met de bron. Laatst gewijzigd bij de wet van 16 maart 2026, volgens de noten van Justel.
Aanzetten tot misdrijven tegen de landsverdediging is het opzettelijk, op vasthoudende en zekere wijze aanbieden of voorstellen om een misdrijf uit dit hoofdstuk strafbaar met een straf van niveau 3 of hoger te plegen, alsook de aanvaarding van dit aanbod of voorstel, terwijl dit geen uitwerking heeft gehad wegens omstandigheden onafhankelijk van de wil van de dader.
Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van het tweede lagere strafniveau dan datgene gesteld op het voltooide misdrijf.
Deze bepaling laat de toepassing van artikel 19 onverlet.
In het Strafwetboek van 1867
Oud art. 123bis waarschijnlijk · 70%Het aanbod of voorstel tot en de aanvaarding van een misdrijf tegen de landsverdediging is overgenomen in art. 613, dat alleen geldt voor misdrijven uit dat hoofdstuk met, in de woorden van de wet, "een straf van niveau 3 of hoger". Het oude artikel stelde gevangenisstraf van acht dagen tot drie jaar en geldboete; art. 613 stelt "een straf van het tweede lagere strafniveau dan datgene gesteld op het voltooide misdrijf".
Onverminderd de toepassing van artikel 1 van de wet van 7 juli 1875 en van de artikelen 66 en 67 van dit wetboek, worden gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot (drie jaar) en met geldboete van vijftig euro tot duizend euro :
1° Het aanbod of het voorstel om een van de misdrijven, omschreven in de artikelen 113 tot 120bis, 121 tot 123, te plegen;
2° De aanvaarding van dat aanbod of van dat voorstel.
Overgangsblad: nieuwe en oude tekst voluit, om af te drukken →
Niet-officiële tekst. Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026. De enige officiële versie is het Belgisch Staatsblad.