Art. 590. Hulp verschaffen aan daders van bepaalde misdrijven met betrekking tot een staatsgeheim niveau 1
Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026, op 12 oktober 2026 vergeleken met de bron.
Het verschaffen van hulp aan daders van bepaalde misdrijven met betrekking tot een staatsgeheim is het opzettelijk een onderdak, schuilplaats of vergaderruimte verschaffen aan personen die de misdrijven van het onbevoegd ontvangen van een staatsgeheim of het vergaren of overmaken van militaire inlichtingen hebben gepleegd of hebben gepoogd dit te doen, het hulp bieden aan deze personen bij hun communicatie of het verbergen van de zaken die gediend hebben of moesten dienen voor het plegen van die misdrijven.
Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 1.
Deze bepaling laat de toepassing van artikel 19 onverlet.
Wat dit strafniveau inhoudt (art. 36 van boek I)
De straf van niveau 1 bestaat uit een van de volgende straffen:
1° de geldboete van 200 euro tot ten hoogste 20.000 euro;
2° de werkstraf van twintig uur tot ten hoogste honderdtwintig uur;
3° de probatiestraf van zes maanden tot ten hoogste twaalf maanden;
4° de verbeurdverklaring, met inbegrip van de verruimde verbeurdverklaring;
5° de geldstraf vastgesteld op basis van het verwachte of uit het misdrijf behaalde voordeel;
6° de veroordeling bij schuldigverklaring.
Wanneer de wet voorziet in een bijkomende straf voor een misdrijf dat wordt bestraft met een hoofdstraf van niveau 1, kan de rechter bij aanneming van verzachtende omstandigheden die bijkomende straf uitspreken in plaats van de hoofdstraf.
Bijkomende straffen, verzachtende omstandigheden, herhaling en samenloop: zie art. 37 tot 65 van boek I.
Oud Strafwetboek van 1867: art. 120septies (koppeling zeker). Oude tekst: hetstrafwetboek.be/mapping
In het Strafwetboek van 1867
Oud art. 120septies zeker · 88%Het verschaffen van onderdak of hulp aan daders van staatsgeheim-misdrijven is nagenoeg woordelijk overgenomen in art. 590 (niveau 1).
Hij die wetens een onderdak, schuilplaats of vergaderruimte verschaft aan personen die de in de artikelen 120 of 120bis bedoelde strafbare feiten hebben gepleegd of hebben gepoogd dit te doen, hulp biedt aan deze personen bij hun communicatie of zaken verbergt die gediend hebben of moesten dienen voor het plegen van die misdrijven, wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en met geldboete van zesentwintig euro tot vijfhonderd euro.
Deze bepaling doet geen afbreuk aan de toepassing van artikelen 66 en 67.
Overgangsblad: nieuwe en oude tekst voluit, om af te drukken →
Niet-officiële tekst. Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026. De enige officiële versie is het Belgisch Staatsblad.