Art. 332. In behoeftige toestand achterlaten van personen niveau 1
Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026, op 12 oktober 2026 vergeleken met de bron.
Het in behoeftige toestand achterlaten van personen is het opzettelijk in behoeftige toestand achterlaten van een persoon ten aanzien van wie men onderhoud is verschuldigd op basis van artikel 203 of 205 van het oud Burgerlijk Wetboek, ook al wordt deze niet alleen gelaten, het weigeren deze persoon weer bij zich te nemen of het weigeren zijn onderhoud te betalen als men hem aan een derde heeft toevertrouwd of als hij bij rechterlijke beslissing aan een derde is toevertrouwd.
Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 1.
Wat dit strafniveau inhoudt (art. 36 van boek I)
De straf van niveau 1 bestaat uit een van de volgende straffen:
1° de geldboete van 200 euro tot ten hoogste 20.000 euro;
2° de werkstraf van twintig uur tot ten hoogste honderdtwintig uur;
3° de probatiestraf van zes maanden tot ten hoogste twaalf maanden;
4° de verbeurdverklaring, met inbegrip van de verruimde verbeurdverklaring;
5° de geldstraf vastgesteld op basis van het verwachte of uit het misdrijf behaalde voordeel;
6° de veroordeling bij schuldigverklaring.
Wanneer de wet voorziet in een bijkomende straf voor een misdrijf dat wordt bestraft met een hoofdstraf van niveau 1, kan de rechter bij aanneming van verzachtende omstandigheden die bijkomende straf uitspreken in plaats van de hoofdstraf.
Bijkomende straffen, verzachtende omstandigheden, herhaling en samenloop: zie art. 37 tot 65 van boek I.
Oud Strafwetboek van 1867: art. 424 (koppeling zeker). Oude tekst: hetstrafwetboek.be/mapping
In het Strafwetboek van 1867
Oud art. 424 zeker · 85%Het in behoeftige toestand achterlaten van een onderhoudsplichtige persoon is vrijwel woordelijk overgenomen (niveau 1); de recidiveregeling is niet expliciet teruggevonden.
Met gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en met geldboete van vijftig euro tot zeshonderd euro of met een van die straffen alleen, onverminderd, indien daartoe grond bestaat, de toepassing van strengere strafbepalingen, worden gestraft :
De vader of moeder of de adoptanten die hun kind in behoeftige toestand achterlaten, ook al wordt het niet alleen gelaten, die weigeren het weer bij zich te nemen en weigeren zijn onderhoud te betalen als zij het aan een derde hebben toevertrouwd of als het bij rechterlijke beslissing aan een derde is toevertrouwd.
De bloedverwanten in de rechte nederdalende lijn die hun vader, moeder, adoptant of andere bloedverwant in de opgaande lijn in een behoeftige toestand achterlaten, ook al wordt de persoon niet alleen gelaten, die weigeren hem weer bij zich te nemen en weigeren zijn onderhoud te betalen als zij hem aan een derde hebben toevertrouwd of als hij bij rechterlijke beslissing aan een derde is toevertrouwd.
In geval van een tweede veroordeling wegens een van de in dit artikel omschreven misdrijven, gepleegd binnen een termijn van vijf jaar, te rekenen van de eerste, kunnen de straffen worden verdubbeld.
Overgangsblad: nieuwe en oude tekst voluit, om af te drukken →
Niet-officiële tekst. Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026. De enige officiële versie is het Belgisch Staatsblad.