Strafwetboek 2026
Boek II
Titel 6. Misdrijven tegen het vermogenHoofdstuk 1. Misdrijven met betrekking tot de onrechtmatige toe-eigening van goederenAfdeling 1. Diefstal en afpersingOnderafdeling 2. Diefstal zonder geweld of bedreiging

Art. 466. Verzwaarde diefstal zonder geweld of bedreiging niveau 3

Diefstal zonder geweld of bedreiging wordt bestraft met een straf van niveau 3 indien:

1° de dader een niet voor het publiek toegankelijke plaats is binnengedrongen om de diefstal te plegen, terwijl hij moest vermoeden dat zich daar een of meer personen bevonden;

2° de diefstal werd gepleegd ten nadele van een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand;

3° de daders of een van hen een valse identiteit of hoedanigheid hebben aangenomen of een vals bevel van het openbaar gezag hebben ingeroepen;

4° het misdrijf werd gepleegd bij nacht.

In het Strafwetboek van 1867

Oud art. 463 waarschijnlijk · 55%
De verzwaring van diefstal wanneer het slachtoffer kwetsbaar is wegens leeftijd, zwangerschap, ziekte of gebrek is overgenomen in artikel 466, maar de basisincriminatie 'gewone' diefstal zelf zit niet in de kandidatenlijst.

Diefstallen, in dit hoofdstuk niet nader omschreven, worden gestraft met gevangenisstraf van een maand tot vijf jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot vijfhonderd euro.

(In het geval bedoeld bij artikel 461, tweede lid, bedraagt de gevangenisstraf echter niet meer dan drie jaren.)

Het minimum van de straf bedraagt drie maanden gevangenisstraf en vijftig euro geldboete wanneer de diefstal werd gepleegd ten nadele van een persoon van wie de bijzonder kwetsbare toestand ten gevolge van de leeftijd, zwangerschap, een ziekte dan wel een lichamelijk of geestelijk gebrek of onvolwaardigheid duidelijk was of de dader bekend was.

Oud art. 467 waarschijnlijk · 50%
Sommige verzwarende omstandigheden (valse identiteit, kwetsbaar slachtoffer, nacht) keren terug in art. 466, maar braak/inklimming/valse sleutels en ambtsmisbruik als aparte verzwarende factoren voor diefstal zonder geweld zijn niet expliciet hernomen.

(Zie NOTA 1 onder TITEL) Diefstal wordt gestraft met (opsluiting van vijf jaar tot tien jaar) :

Indien hij gepleegd wordt door middel van braak, inklimming of valse sleutels;

Indien hij gepleegd wordt door een openbaar ambtenaar door middel van zijn ambtsbediening;

Indien de schuldigen of een van hen de titel of de kentekens van een openbaar ambtenaar aannemen of een vals bevel van het openbaar gezag inroepen.

Oud art. 484 waarschijnlijk · 50%
Braak verdwijnt als gedefinieerde verzwaring van diefstal; de verzwaarde diefstal zonder geweld werkt nu met het ruimere binnendringen in een niet voor het publiek toegankelijke plaats, bestraft met een straf van niveau 3, waarin de oude gevallen van braak opgaan zonder dat de omschrijving behouden blijft.

Braak bestaat in het openbreken, stukbreken, beschadigen, afbreken of wegnemen van om het even welke in- of uitwendige sluiting van enig huis, gebouw, bouwwerk of aanhorigheden, van een vaartuig, een wagon, een voertuig; in het openbreken van gesloten kasten of meubels, bestemd om ter plaatse te blijven en om de daarin besloten voorwerpen te beveiligen.

Oud art. 485 waarschijnlijk · 50%
De braak met haar gelijkstellingen verdwijnt als afzonderlijke verzwaring en gaat op in de verzwaarde diefstal, die werkt met het binnendringen in een niet voor het publiek toegankelijke plaats. Het verbreken van zegels blijft daarnaast zelfstandig strafbaar als misdrijf tegen de rechtsbedeling (artikel 666).

Met diefstal door middel van braak worden gelijkgesteld :

Het wegnemen van de meubels waarvan sprake in het vorige artikel;

De diefstal gepleegd met zegelverbreking.

Oud art. 486 waarschijnlijk · 50%
Inklimming verdwijnt als afzonderlijke verzwaring met eigen definitie; het binnenkomen over muren, daken of afsluitingen valt nu onder het binnendringen in een niet voor het publiek toegankelijke plaats van de verzwaarde diefstal, met een straf van niveau 3.

Inklimming wordt genoemd :

Het binnenkomen over muren, deuren, daken of om het even welke andere afsluiting, in huizen, gebouwen, binnenplaatsen, neerhoven, bouwwerken van welke aard ook, tuinen, parken, besloten erven;

Het binnenkomen door een ondergrondse opening die niet gemaakt is om tot toegang te dienen.

Oud art. 487 waarschijnlijk · 50%
De wettelijke opsomming van valse sleutels vervalt, samen met de beperking dat de verzwaring enkel geldt bij voorwerpen waarvan braak de straf verzwaart. Het gebruik van dergelijke sleutels gaat op in het binnendringen dat de verzwaarde diefstal strafbaar stelt.

Valse sleutels worden genoemd :

Alle haken, opstekers, lopers, nagebootste, nagemaakte of vervalste sleutels;

Sleutels die door de eigenaar, huurder, logementhouder, of kamerverhuurder niet bestemd zijn voor de sloten, hangsloten of voor welk sluitwerk ook, waartoe de schuldige ze gebruikt;

Verloren, zoekgeraakte of weggenomen sleutels die tot het plegen van de diefstal dienen.

Evenwel is het gebruik van valse sleutels alleen dan een verzwarende omstandigheid, wanneer zij dienen om voorwerpen te openen, waarvan de braak een verzwaring van straf ten gevolge zou hebben.

Over deze mapping en de omzetting van straffen →

Strafniveau
3 · gevangenisstraf van 3 tot 5 jaar alle misdrijven van dit niveau
Justel-stand
2026-04-02 · officiële tekst op Justel
Inwerkingtreding
1 september 2026
Id
boek2-art-466

Fout gezien in dit artikel? Meld het.

Art. 465Art. 467