Strafwetboek 2026
Boek I
Hoofdstuk 4. StraffenAfdeling 1. Algemeen

Art. 27. Doelstellingen van de straf

Bij de keuze van de straf en het bepalen van de strafmaat, streeft de rechter de volgende doelen na:

1° het uiting geven aan de maatschappelijke afkeuring ten aanzien van de overtreding van de strafwet;

2° het bevorderen van het herstel van het maatschappelijk evenwicht en van het herstel van de door het misdrijf veroorzaakte schade;

3° het bevorderen van de maatschappelijke rehabilitatie en re-integratie van de dader;

4° het beschermen van de maatschappij.

Binnen de grenzen van de wet moet de rechter naar een rechtvaardige proportionaliteit tussen het misdrijf en de straf zoeken.

Alvorens een straf uit te spreken, moet de rechter deze doelstellingen in overweging nemen, maar ook de ongewenste neveneffecten van de straf ten aanzien van de rechtstreeks betrokken personen, hun omgeving en de samenleving.

De gevangenisstraf is de laatst te overwegen straf, die slechts kan worden uitgesproken wanneer de strafdoelen niet kunnen worden bereikt met een van de andere straffen of maatregelen waarin de wet voorziet.

Indien de rechter een straf van niveau 2 gepast acht ter bestraffing van het misdrijf en binnen dit strafniveau kiest voor de gevangenisstraf, motiveert hij waarom de doelstellingen van de straf niet door een van de andere straffen van niveau 2 kunnen worden bereikt.

In het Strafwetboek van 1867

Oud art. 7 waarschijnlijk · 55%
De doelstellingen van de straf (§2) zijn vrijwel woordelijk overgenomen in artikel 27, met daaraan toegevoegd dat de gevangenisstraf de laatst te overwegen straf is; de opsomming van strafsoorten (§1) en de voorrangsregel voor alternatieven bij kortere straffen (§3) zijn elders in het nieuwe niveausysteem (o.a. art. 36, 41-45) uitgewerkt en niet in deze kandidaat vervat.

§ 1. De straffen op de misdrijven (gepleegd door natuurlijke personen) toepasselijk, zijn :

In criminele zaken :

(1° Opsluiting;

2° Hechtenis.)

In correctionele zaken en in politiezaken :

1° gevangenisstraf;

2° straf onder elektronisch toezicht;

3° werkstraf;

4° autonome probatiestraf.

De in het 1° tot 4° bepaalde straffen mogen niet samen worden toegepast.

In criminele zaken en in correctionele zaken :

1° Ontzetting van bepaalde politieke en burgerlijke rechten;

2° Terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank;

In criminele zaken, in correctionele zaken en in politiezaken :

1° Geldboete;

2° Bijzondere verbeurdverklaring.

§ 2. Bij de keuze van de straf en het bepalen van de strafmaat, streeft de rechter de volgende doelen na:

1° het uiting geven aan de maatschappelijke afkeuring ten aanzien van de overtreding van de strafwet;

2° het bevorderen van het herstel van het maatschappelijk evenwicht en van het herstel van de door het misdrijf veroorzaakte schade;

3° het bevorderen van de maatschappelijke rehabilitatie en re-integratie van de dader;

4° het beschermen van de maatschappij.

Binnen de grenzen van de wet moet de rechter naar een rechtvaardige proportionaliteit tussen het misdrijf en de straf zoeken.

Alvorens een straf uit te spreken, moet de rechter deze doelstellingen in overweging nemen, maar ook de ongewenste neveneffecten van de straf ten aanzien van de rechtstreeks betrokken personen, hun omgeving en de samenleving.

§ 3. Voor feiten strafbaar met een maximale gevangenisstraf van zes maanden en indien de rechter overweegt om een effectieve gevangenisstraf op te leggen, legt hij een straf onder elektronisch toezicht, een werkstraf of een autonome probatiestraf op, indien voldaan is aan de voorwaarden bepaald door de artikelen 37ter, 37quinquies en 37octies.

Voor feiten strafbaar met een gevangenisstraf van meer dan zes maanden tot drie jaar en indien de rechter een effectieve gevangenisstraf oplegt, omkleedt hij met redenen waarom de bestraffing niet door een straf onder elektronisch toezicht, een werkstraf of een autonome probatiestraf kan worden bereikt indien voldaan is aan de voorwaarden bepaald door de artikelen 37ter, 37quinquies en 37octies.

Over deze mapping en de omzetting van straffen →

Aangehaald in
Art. 425 (boek II)
Justel-stand
2026-04-02 · officiële tekst op Justel
Inwerkingtreding
1 september 2026
Id
boek1-art-27

Fout gezien in dit artikel? Meld het.

Art. 26Art. 28