Art. 131. Verzwarende factoren
Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026, op 12 oktober 2026 vergeleken met de bron. Laatst gewijzigd bij de wet van 16 maart 2026, volgens de noten van Justel.
Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan voor een misdrijf omschreven in dit hoofdstuk neemt de rechter in overweging het feit dat:
1° het misdrijf werd gepleegd in het bijzijn van een minderjarige;
2° het misdrijf werd gepleegd door twee of meer personen ...;
3° het misdrijf werd gepleegd met behulp van of onder bedreiging van een wapen;
4° het misdrijf werd gepleegd omwille van culturele drijfveren, gewoontes, tradities, religie of de zogenaamde "eer".
Wijzigingen volgens Justel
(1) <W 2026-03-16/08, art. 32, 005; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
In het Strafwetboek van 1867
Oud art. 417/4/1 waarschijnlijk · 65%De verzwarende factor dat het misdrijf in het bijzijn van een minderjarige werd gepleegd, keert terug in het slotartikel met de verzwarende factoren van het hoofdstuk over foltering, onmenselijke behandeling en onterende behandeling. Dat artikel bundelt de factoren die de rechter bij de straftoemeting voor dat hele hoofdstuk in overweging moet nemen.
Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan voor een misdrijf van deze afdeling moet de rechter in overweging nemen dat het misdrijf werd gepleegd in het bijzijn van een minderjarige.
Overgangsblad: nieuwe en oude tekst voluit, om af te drukken →
Niet-officiële tekst. Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026. De enige officiële versie is het Belgisch Staatsblad.