Art. 232. Verzwaarde bedreiging met een aanslag op personen of op eigendommen
Bedreiging met een aanslag op personen of op eigendommen onder een bevel of onder een voorwaarde wordt bestraft:
1° met een straf van niveau 3 indien het een bedreiging betreft met een aanslag waarop een straf van niveau 4 tot 8 is gesteld;
2° met een straf van niveau 2 indien het een bedreiging betreft met een aanslag waarop een straf van niveau 2 of 3 is gesteld.
In het Strafwetboek van 1867
Oud art. 327 zeker · 88%De verzwaarde vorm (bedreiging onder bevel of voorwaarde) komt overeen met art. 232, de gewone bedreiging met art. 231; het strafniveau is sterk verlaagd (niveau 1-3 in plaats van gevangenisstraf tot 5 jaar).
Hij die, hetzij mondeling, hetzij bij een naamloos of ondertekend geschrift, iemand onder een bevel of onder een voorwaarde, bedreigt met een aanslag op personen of op eigendommen, waarop een criminele straf gesteld is, wordt gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar en met geldboete van honderd euro tot vijfhonderd euro.
De bedreiging met een aanslag op personen of eigendommen waarop een criminele straf gesteld is, bij naamloos of ondertekend geschrift, zonder bevel of voorwaarde, wordt gestraft met gevangenisstraf van drie maanden tot twee jaar en met geldboete van vijftig euro tot driehonderd euro.
Oud art. 330 waarschijnlijk · 70%Deze afzonderlijke, lichtere variant van bedreiging onder bevel of voorwaarde is opgegaan in de algemene, naar strafniveau van de onderliggende aanslag gedifferentieerde regeling van art. 232.
Hij die, hetzij mondeling, hetzij bij een naamloos of ondertekend geschrift iemand onder een bevel of onder een voorwaarde bedreigt met een aanslag op personen of eigendommen, waarop gevangenisstraf van ten minste drie maanden gesteld is, wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met geldboete van zesentwintig euro tot honderd euro.