Art. 231. Bedreiging met een aanslag op personen of op eigendommen niveau 2
Bedreiging met een aanslag op personen of op eigendommen is het met welk middel ook opzettelijk veroorzaken van een ernstige vrees voor een aanslag op personen of op eigendommen die door de bedreigde persoon is gekend of minstens van zulke aard is geweest dat deze door hem had kunnen worden gekend.
Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2 indien het een bedreiging betreft met een aanslag waarop een straf van niveau 4 tot 8 is gesteld. Betreft het een aanslag waarop een straf van niveau 2 of 3 is gesteld, wordt het misdrijf bestraft met een straf van niveau 1.
In het Strafwetboek van 1867
Oud art. 327 zeker · 88%De verzwaarde vorm (bedreiging onder bevel of voorwaarde) komt overeen met art. 232, de gewone bedreiging met art. 231; het strafniveau is sterk verlaagd (niveau 1-3 in plaats van gevangenisstraf tot 5 jaar).
Hij die, hetzij mondeling, hetzij bij een naamloos of ondertekend geschrift, iemand onder een bevel of onder een voorwaarde, bedreigt met een aanslag op personen of op eigendommen, waarop een criminele straf gesteld is, wordt gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar en met geldboete van honderd euro tot vijfhonderd euro.
De bedreiging met een aanslag op personen of eigendommen waarop een criminele straf gesteld is, bij naamloos of ondertekend geschrift, zonder bevel of voorwaarde, wordt gestraft met gevangenisstraf van drie maanden tot twee jaar en met geldboete van vijftig euro tot driehonderd euro.
Oud art. 329 waarschijnlijk · 70%De specifieke vorm van bedreiging via gebaren of zinnebeelden is opgegaan in de algemene definitie van bedreiging 'met welk middel ook' in art. 231, die elk medium omvat.
Hij die iemand door gebaren of zinnebeelden bedreigt met een aanslag op personen of eigendommen, waarop een criminele straf gesteld is, wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met geldboete van zesentwintig euro tot honderd euro.