Strafwetboek 2026
Boek II
Titel 3. Misdrijven tegen de persoonHoofdstuk 6. Misdrijven tegen de persoonlijke rust en de morele integriteitAfdeling 1. Bedreiging

Art. 231. Bedreiging met een aanslag op personen of op eigendommen niveau 2

Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026, op 12 oktober 2026 vergeleken met de bron.

Bedreiging met een aanslag op personen of op eigendommen is het met welk middel ook opzettelijk veroorzaken van een ernstige vrees voor een aanslag op personen of op eigendommen die door de bedreigde persoon is gekend of minstens van zulke aard is geweest dat deze door hem had kunnen worden gekend.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2 indien het een bedreiging betreft met een aanslag waarop een straf van niveau 4 tot 8 is gesteld. Betreft het een aanslag waarop een straf van niveau 2 of 3 is gesteld, wordt het misdrijf bestraft met een straf van niveau 1.

Oud Strafwetboek van 1867: art. 327 (koppeling zeker). Oude tekst: hetstrafwetboek.be/mapping

In het Strafwetboek van 1867

Oud art. 327 zeker · 88%
De bedreiging onder een bevel of voorwaarde komt overeen met art. 232, de gewone bedreiging met art. 231. Het oude artikel stelde gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar respectievelijk van drie maanden tot twee jaar; art. 232 stelt niveau 3 of 2 en art. 231 niveau 2 of 1, naargelang het strafniveau van de aanslag waarmee wordt gedreigd.

Hij die, hetzij mondeling, hetzij bij een naamloos of ondertekend geschrift, iemand onder een bevel of onder een voorwaarde, bedreigt met een aanslag op personen of op eigendommen, waarop een criminele straf gesteld is, wordt gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar en met geldboete van honderd euro tot vijfhonderd euro.

De bedreiging met een aanslag op personen of eigendommen waarop een criminele straf gesteld is, bij naamloos of ondertekend geschrift, zonder bevel of voorwaarde, wordt gestraft met gevangenisstraf van drie maanden tot twee jaar en met geldboete van vijftig euro tot driehonderd euro.

Oud art. 329 waarschijnlijk · 70%
De specifieke vorm van bedreiging via gebaren of zinnebeelden is opgegaan in de algemene definitie van bedreiging 'met welk middel ook' in art. 231, die elk medium omvat.

Hij die iemand door gebaren of zinnebeelden bedreigt met een aanslag op personen of eigendommen, waarop een criminele straf gesteld is, wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met geldboete van zesentwintig euro tot honderd euro.

Overgangsblad: nieuwe en oude tekst voluit, om af te drukken →

Over deze mapping en de omzetting van straffen →

Strafniveau
1, 2 · gevangenisstraf van 6 maanden tot ten hoogste 3 jaar, of een andere straf van niveau 2 alle misdrijven van dit niveau
Justel-stand
2 april 2026 · officiële tekst op Justel
Inwerkingtreding
1 september 2026
Id
boek2-art-231

Niet-officiële tekst. Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026. De enige officiële versie is het Belgisch Staatsblad.

← Art. 230Art. 232 →