Strafwetboek 2026
Boek II
Titel 3. Misdrijven tegen de persoonHoofdstuk 5. Misdrijven tegen de persoonlijke vrijheidAfdeling 4. Gemeenschappelijke bepalingen

Art. 230. Verzwarende factoren

Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan voor een misdrijf omschreven in dit hoofdstuk neemt de rechter de volgende omstandigheden in overweging:

1° het feit dat de dader het misdrijf heeft gepleegd door zich te beroepen op een vals bevel van het openbaar gezag of door gebruik te maken van de kledij, herkenningstekens, de naam of hoedanigheid van een agent van het openbaar gezag;

2° het feit dat de dader het slachtoffer met de dood heeft bedreigd;

3° het feit dat het misdrijf werd gepleegd door een persoon met een openbare functie, in het kader van de uitoefening van deze functie;

4° het feit dat het misdrijf werd gepleegd omwille van culturele drijfveren, gewoontes, tradities, religie of de zogenaamde "eer".

In het Strafwetboek van 1867

Oud art. 147 waarschijnlijk · 55%
De wederrechtelijke en willekeurige aanhouding of gevangenhouding door een persoon met een openbare functie valt nu onder de vrijheidsberoving van artikel 219, met de openbare hoedanigheid en de duur als verzwarende factoren volgens artikel 230. Artikel 625 straft enkel het verzuim om tegen zo'n vrijheidsberoving op te treden.

Ieder openbaar officier of ambtenaar, ieder drager of agent van het openbaar gezag of van de openbare macht, die wederrechtelijk en willekeurig een of meer personen aanhoudt of doet aanhouden, gevangen houdt of doet houden, wordt gestraft met gevangenisstraf van drie maanden tot twee jaar.

De gevangenisstraf is zes maanden tot drie jaar, indien de wederrechtelijke en willekeurige vrijheidsberoving langer dan tien dagen duurt.

Duurt zij langer dan een maand, dan wordt de schuldige veroordeeld tot gevangenisstraf van een jaar tot vijf jaar.

Hij wordt bovendien gestraft met geldboete van vijftig euro tot duizend euro en kan worden veroordeeld tot ontzetting van de rechten, genoemd in artikel 31, eerste lid, 1°, 2° en 3°.

Oud art. 437 waarschijnlijk · 50%
De verzwarende omstandigheden (vals bevel/kledij van een agent, bedreiging met de dood) worden in artikel 230 als in aanmerking te nemen factoren opgenomen, maar dit vervangt de vaste, veel zwaardere strafmaat (opsluiting 5 tot 10 jaar) door een discretionaire verzwaring binnen het lagere niveau van de basisvrijheidsberoving.

(Zie NOTA 1 onder TITEL) (Opsluiting van vijf jaar tot tien jaar) wordt uitgesproken, indien de aanhouding verricht wordt, hetzij op een vals bevel van het openbaar gezag, hetzij in de kledij of onder de naam van een van zijn agenten, of indien de aangehouden of gevangen gehouden persoon met de dood bedreigd wordt.

Oud art. 440 waarschijnlijk · 50%
De specifieke verzwaring bij vals bevel, nacht, meerdere personen en wapens is niet meer als aparte strafmaat behouden, maar geldt nu als rechterlijk in aanmerking te nemen verzwarende factor bij misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid.

De gevangenisstraf is zes maanden tot vijf jaar en de geldboete honderd euro tot vijfhonderd euro, indien het feit gepleegd wordt, hetzij op een vals bevel van het openbaar gezag, hetzij in de kledij, hetzij onder de naam van een van haar agenten, hetzij met vereniging van de volgende drie omstandigheden :

Dat het feit wordt gepleegd bij nacht;

Dat het wordt gepleegd door twee of meer personen;

Dat de schuldigen of een van hen wapens bij zich hebben.

De schuldigen kunnen bovendien worden veroordeeld tot ontzetting van rechten overeenkomstig artikel 33 (...).

Over deze mapping en de omzetting van straffen →

Justel-stand
2026-04-02 · officiële tekst op Justel
Inwerkingtreding
1 september 2026
Id
boek2-art-230

Fout gezien in dit artikel? Meld het.

Art. 229Art. 231