Strafwetboek 2026
Boek II
Titel 3. Misdrijven tegen de persoonHoofdstuk 5. Misdrijven tegen de persoonlijke vrijheidAfdeling 4. Gemeenschappelijke bepalingen

Art. 229. Strafverminderende verschoningsgrond

Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026, op 12 oktober 2026 vergeleken met de bron. Laatst gewijzigd bij de wet van 16 maart 2026, volgens de noten van Justel.

De dader die het slachtoffer vrijwillig vrijlaat of terugbrengt onder het gezag dat over hem wordt uitgeoefend binnen de vijf dagen na aanvang van de vrijheidsberoving, ontvoering of gijzeling, wordt bestraft met een straf van het onmiddellijk lagere niveau . Deze strafvermindering is niet van toepassing indien de feiten een integriteitsaantasting van de derde graad of de dood tot gevolg hebben gehad. In geval van gijzeling geldt deze strafvermindering bovendien slechts voor zover niet aan het bevel of de voorwaarde werd voldaan en het slachtoffer niet aan foltering werd onderworpen.

Oud Strafwetboek van 1867: art. 347bis (koppeling zeker). Oude tekst: hetstrafwetboek.be/mapping

Oud Strafwetboek van 1867: art. 430 (koppeling zeker). Oude tekst: hetstrafwetboek.be/mapping

In het Strafwetboek van 1867

Oud art. 347bis zeker · 85%
De gijzeling zelf, de omstandigheden minderjarig of kwetsbaar slachtoffer en foltering, het gevolg van de dood en de grond van vrijwillige vrijlating binnen vijf dagen zijn overgenomen in de artikelen 226-229. Het oude artikel stelde opsluiting van twintig tot dertig jaar, levenslange opsluiting in bepaalde gevallen en opsluiting van vijftien tot twintig jaar bij vrijwillige vrijlating; de nieuwe artikelen stellen niveau 5, niveau 6, niveau 7 bij de dood tot gevolg en bij vrijwillige vrijlating "het onmiddellijk lagere niveau".

§ 1. Gijzeling is de aanhouding, de gevangenhouding of de ontvoering van personen om deze borg te doen staan voor de voldoening aan een bevel of een voorwaarde, onder meer een misdaad of een wanbedrijf voor te bereiden of te vergemakkelijken, de vlucht, de ontvluchting van de daders van een misdaad of wanbedrijf of hun medeplichtigen in de hand te werken, hun vrijlating te verkrijgen of ze hun straf te doen ontgaan.

§ 2. Gijzeling wordt gestraft met opsluiting van twintig jaar tot dertig jaar.

De straf is levenslange opsluiting indien de gijzelaar een minderjarige is of een persoon van wie de kwetsbare toestand ten gevolge van de leeftijd, zwangerschap, een ziekte dan wel een lichamelijk of geestelijk gebrek of onvolwaardigheid duidelijk was of de dader bekend was.

§ 3. Behalve in de in § 4 bedoelde gevallen is de straf opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar tot twintig jaar indien binnen vijf dagen na de aanhouding, de gevangenhouding of de ontvoering, de gijzelaar vrijwillig wordt vrijgelaten zonder dat aan het bevel of aan de voorwaarde is voldaan.

§ 4. De straf is levenslange opsluiting in de volgende gevallen :

1° indien de aanhouding, de gevangenhouding of de ontvoering van de gijzelaar, hetzij een ongeneeslijk lijkende ziekte, hetzij ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid van meer dan vier maanden, hetzij het volledige verlies van het gebruik van een orgaan, hetzij zware verminking, hetzij de dood ten gevolge heeft;

2° (indien de gijzelaars zijn onderworpen aan de handelingen bedoeld in artikel 417/2, eerste lid.)

Oud art. 430 zeker · 85%
De strafverminderende verschoningsgrond bij vrijwillige teruggave binnen vijf dagen is inhoudelijk overgenomen. Het oude artikel stelde in dat geval een vaste straf, gevangenisstraf van twee tot vijf jaar en geldboete; het nieuwe artikel bestraft de dader met "een straf van het onmiddellijk lagere niveau" en sluit dit uit bij een integriteitsaantasting van de derde graad of de dood tot gevolg.

In de gevallen bedoeld in de artikelen 428 en 429, met uitzondering van de gevallen bedoeld in artikel 428, §§ 4 en 5, is de straf gevangenisstraf van twee jaar tot vijf jaar en geldboete van tweehonderd euro tot vijfhonderd euro indien, binnen vijf dagen na de ontvoering, de ontvoerder of de persoon bedoeld in artikel 429 de ontvoerde minderjarige of de ontvoerde kwetsbare persoon vrijwillig heeft teruggegeven.

Overgangsblad: nieuwe en oude tekst voluit, om af te drukken →

Over deze mapping en de omzetting van straffen →

Strafniveau
Dit artikel stelt zelf geen strafniveau: het is bijvoorbeeld een definitie, een verzwarende factor, een bijkomende straf of een verschoningsgrond. Het strafniveau staat bij het misdrijf waarop het artikel slaat.
Justel-stand
2 april 2026 · officiële tekst op Justel
Inwerkingtreding
1 september 2026
Id
boek2-art-229

Niet-officiële tekst. Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026. De enige officiële versie is het Belgisch Staatsblad.

← Art. 228Art. 230 →