Art. 108. Verzwarende factor
Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan voor de in de artikelen 106 tot 107/1 bedoelde misdrijven neemt de rechter in overweging dat het misdrijf werd gepleegd in het bijzijn van een minderjarige.
Wijzigingen volgens Justel
(1) <W 2026-02-08/04, art. 74, 003; Inwerkingtreding : 26-02-2026>
In het Strafwetboek van 1867
Oud art. 397bis zeker · 90%De verzwarende omstandigheid dat het misdrijf tegen het leven in het bijzijn van een minderjarige werd gepleegd, is nagenoeg woordelijk overgenomen in artikel 108 voor de misdrijven bedoeld in de artikelen 106 tot 107/1.
Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan voor een misdrijf omschreven in deze afdeling moet de rechter in overweging nemen het feit dat het misdrijf werd gepleegd in het bijzijn van een minderjarige.
Oud art. 419 waarschijnlijk · 55%Enkel de verzwarende factor 'gepleegd in het bijzijn van een minderjarige' is als kandidaat opgenomen; de eigenlijke bestraffing van onopzettelijke doding (thans art. 106/107) maakte geen deel uit van de kandidatenlijst voor dit artikel.
Hij die onopzettelijk iemands dood veroorzaakt, wordt gestraft met gevangenisstraf van drie maanden tot twee jaar en met geldboete van vijftig euro tot duizend euro.
(Wanneer de doding het gevolg is van een verkeersongeval dan bedraagt de gevangenisstraf drie maanden tot vijf jaar en de geldboete 50 euro tot 2000 euro.)
Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan moet de rechter in overweging nemen dat het misdrijf werd gepleegd in het bijzijn van een minderjarige.