Art. 106. Doden door een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid niveau 2
Het doden door een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid wordt bestraft met een straf van niveau 2.
In het Strafwetboek van 1867
Oud art. 418 waarschijnlijk · 70%De algemene definitie van onopzettelijk doden en toebrengen van letsel door gebrek aan voorzorg is opgesplitst in aparte incriminaties voor doden (art. 106) en integriteitsaantasting (art. 217).
Schuldig aan onopzettelijk doden of aan onopzettelijk toebrengen van letsel is hij die het kwaad veroorzaakt door gebrek aan voorzichtigheid of voorzorg, maar zonder het oogmerk om de persoon van een ander aan te randen.
Oud art. 422 waarschijnlijk · 50%De bijzondere incriminatie van het onopzettelijk veroorzaken van een treinongeval verdwijnt en gaat op in de algemene onopzettelijke misdrijven: doden door een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid (niveau 2) en het veroorzaken van een integriteitsaantasting op dezelfde grond (niveau 1). Het louter veroorzaken van een ongeval dat gevaar kan opleveren, zonder letsel, is niet langer als zodanig strafbaar.
Wanneer zich een treinongeval voordoet, dat de personen die zich in de trein bevinden, in gevaar kan brengen, wordt hij die onopzettelijk de oorzaak ervan is, gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot twee maanden en met geldboete van zesentwintig euro of met een van die straffen alleen.
Indien het ongeval enig lichamelijk letsel ten gevolge heeft, wordt de schuldige gestraft met gevangenisstraf van een maand tot drie jaar en met geldboete van vijftig euro tot driehonderd euro.
Indien het ongeval de dood van een persoon ten gevolge heeft, is de gevangenisstraf zes maanden tot vijf jaar en de geldboete honderd euro tot zeshonderd euro.