Strafwetboek 2026
Boek II
Titel 3. Misdrijven tegen de persoonHoofdstuk 1. Misdrijven tegen het levenAfdeling 1. Doden met het oogmerk om te doden

Art. 105. Verzwarende factoren

Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan voor een misdrijf omschreven in deze afdeling neemt de rechter in overweging het feit dat:

1° de dader een bloedverwant in de zijlijn tot de derde graad is van het slachtoffer of occasioneel of gewoonlijk met het slachtoffer samenwoont;

2° het misdrijf werd gepleegd op een scheidsrechter of seingever bij een sportwedstrijd, indien het misdrijf is gepleegd naar aanleiding van de uitoefening van deze functie;

3° het misdrijf werd gepleegd door een persoon met een openbare functie, in het kader van de uitoefening van deze functie;

4° het misdrijf werd gepleegd in het bijzijn van een minderjarige;

5° het misdrijf werd gepleegd door twee of meer personen ...;

6° het misdrijf werd gepleegd met behulp van of onder bedreiging van een wapen;

7° het misdrijf werd gepleegd omwille van culturele drijfveren, gewoontes, tradities, religie of de zogenaamde "eer".

Wijzigingen volgens Justel

(1) <W 2026-03-16/08, art. 30, 005; Inwerkingtreding : 01-09-2026>

Justel-stand
2026-04-02 · officiële tekst op Justel
Inwerkingtreding
1 september 2026
Id
boek2-art-105

Fout gezien in dit artikel? Meld het.

Art. 104Art. 106