Art. 105. Verzwarende factoren
Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan voor een misdrijf omschreven in deze afdeling neemt de rechter in overweging het feit dat:
1° de dader een bloedverwant in de zijlijn tot de derde graad is van het slachtoffer of occasioneel of gewoonlijk met het slachtoffer samenwoont;
2° het misdrijf werd gepleegd op een scheidsrechter of seingever bij een sportwedstrijd, indien het misdrijf is gepleegd naar aanleiding van de uitoefening van deze functie;
3° het misdrijf werd gepleegd door een persoon met een openbare functie, in het kader van de uitoefening van deze functie;
4° het misdrijf werd gepleegd in het bijzijn van een minderjarige;
5° het misdrijf werd gepleegd door twee of meer personen ...;
6° het misdrijf werd gepleegd met behulp van of onder bedreiging van een wapen;
7° het misdrijf werd gepleegd omwille van culturele drijfveren, gewoontes, tradities, religie of de zogenaamde "eer".
Wijzigingen volgens Justel
(1) <W 2026-03-16/08, art. 30, 005; Inwerkingtreding : 01-09-2026>