Strafwetboek 2026
Boek II
Titel 3. Misdrijven tegen de persoonHoofdstuk 2. Foltering, onmenselijke behandeling en onterende behandelingAfdeling 3. Onterende behandeling

Art. 129. Onterende behandeling van een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand niveau 3

De onterende behandeling van een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand wordt bestraft met een straf van niveau 3.

Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan neemt de rechter in overweging dat de dader de vader, de moeder of een andere bloed- of aanverwant in de rechte lijn, dan wel in de zijlijn tot de derde graad, is van het slachtoffer, dat hij de partner is van het slachtoffer, dat hij gezag heeft over het slachtoffer, hem onder zijn bewaring heeft of occasioneel of gewoonlijk met het slachtoffer samenwoont.

In het Strafwetboek van 1867

Oud art. 417/4 waarschijnlijk · 75%
De basisstraf voor onterende behandeling (art. 128, niveau 2) en de verzwaring bij een kwetsbaar slachtoffer (art. 129, niveau 3) dekken samen de inhoud van het oude artikel, dat beide elementen in één bepaling combineerde.

Hij die een persoon aan een onterende behandeling onderwerpt, wordt gestraft met gevangenisstraf van vijftien dagen tot twee jaar en met geldboete van 50 EUR tot 300 EUR of met een van die straffen alleen.

Ingeval de onterende behandeling wordt gepleegd ten aanzien van een persoon van wie de kwetsbare toestand ten gevolge van de leeftijd, zwangerschap, een ziekte dan wel een lichamelijk of geestelijk gebrek of onvolwaardigheid, duidelijk was of de dader bekend was, wordt de minimumstraf voorzien in het eerste lid verdubbeld.

Over deze mapping en de omzetting van straffen →

Strafniveau
3 · gevangenisstraf van 3 tot 5 jaar alle misdrijven van dit niveau
Justel-stand
2026-04-02 · officiële tekst op Justel
Inwerkingtreding
1 september 2026
Id
boek2-art-129

Fout gezien in dit artikel? Meld het.

Art. 128Art. 130