Art. 503. Verzwaarde heling en verzwaard witwassen niveau 4
Heling en witwassen worden bestraft met een straf van niveau 4 wanneer:
1° de dader wist dat een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand werd ingezet voor het plegen van het misdrijf waaruit de geheelde of witgewassen vermogensvoordelen voortkomen;
2° de geheelde of witgewassen vermogensvoordelen voortkomen uit een misdrijf strafbaar met een straf van niveau 7 of 8 en de dader kennis had van de bestanddelen waaraan de wet een dergelijke straf hecht;
3° de dader van het misdrijf een meldingsplichtige entiteit is volgens artikel 2 van de Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70/EG van de Commissie, gevestigd in België, in een ander land van de Europese Economische Ruimte of een derde land dat verplichtingen oplegt die gelijkaardig zijn aan die uit de voornoemde Richtlijn, en deze het misdrijf heeft gepleegd in het kader van de uitoefening van zijn beroepsactiviteiten;
4° het misdrijf werd gepleegd in het kader van een criminele organisatie.
Wijzigingen volgens Justel
(1) <W 2026-03-16/13, art. 31, 006; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
In het Strafwetboek van 1867
Oud art. 505ter zeker · 80%Artikel 503 herneemt de verzwaring voor de meldingsplichtige entiteit die het misdrijf pleegt in het kader van haar beroepsactiviteiten en straft heling en witwassen dan met niveau 4 in plaats van drie tot vijf jaar gevangenis met geldboete tot tweehonderdduizend euro. Uit de zichtbare tekst blijkt niet of de verzwaring wegens een criminele organisatie behouden is.
De misdrijven bedoeld in artikel 505, eerste lid, 2° tot 4°, worden gestraft met gevangenisstraf van drie jaar tot vijf jaar en met geldboete van tienduizend euro tot tweehonderdduizend euro of met een van die straffen alleen wanneer zij zijn gepleegd in de volgende omstandigheden:
1° de dader van het misdrijf is een meldingsplichtige entiteit bedoeld in artikel 2 van de Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70/EG van de Commissie, gevestigd in België, in een ander land van de Europese Economische Ruimte of een derde land dat verplichtingen oplegt die gelijkaardig zijn aan die uit de voornoemde Richtlijn, en deze het misdrijf heeft gepleegd in het kader van de uitoefening van zijn beroepsactiviteiten; of
2° het strafbare feit is gepleegd in het kader van een criminele organisatie zoals omschreven in artikel 324bis.
Oud art. 505bis waarschijnlijk · 60%De heling van weggenomen of verduisterde zaken met een opgetrokken strafminimum gaat op in het algemene helingsartikel (niveau 3) en in de verzwaarde heling (niveau 4); het verhogen van het minimum tot drie maanden gevangenisstraf of duizend euro als techniek verdwijnt en de verzwaring geldt nu enkel in de limitatief opgesomde gevallen.
Zij die weggenomen, verduisterde of door de misdaad of het wanbedrijf bedoeld in artikel 433 verkregen zaken of een gedeelte ervan helen, worden gestraft met de straffen bepaald in artikel 505, eerste lid, waarbij de minimumstraf in het geval van gevangenisstraf wordt verhoogd tot drie maanden en in het geval van geldboete tot duizend euro.