Art. 630. Aanmatiging van macht door leden van de lokale uitvoerende macht of van bestuurslichamen niveau 2
De aanmatiging van macht door leden van de lokale uitvoerende macht of van bestuurslichamen is de opzettelijk gepleegde wederrechtelijke inmenging door een provinciegouverneur, arrondissementscommissaris, burgemeester of lid van een bestuurslichaam in de uitoefening van de wetgevende macht, hetzij door wetten te maken, hetzij door de uitvoering ervan te stuiten of te schorsen, dan wel door zich aan te matigen besluiten te nemen die ertoe strekken een bevel of verbod aan de hoven of rechtbanken uit te vaardigen.
Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2.
In het Strafwetboek van 1867
Oud art. 239 zeker · 85%De inmenging van provinciegouverneurs, arrondissementscommissarissen, burgemeesters en bestuursleden in de wetgevende macht of hun aanmatiging van bevoegdheid tegenover hoven en rechtbanken is overgenomen in art. 630 (niveau 2).
Provinciegouverneurs, arrondissementscommissarissen, burgemeesters en leden van bestuurslichamen, die zich inmengen in de uitoefening van de wetgevende macht, zoals in artikel 237, tweede lid, is omschreven, of die zich aanmatigen besluiten te nemen, strekkende tot het uitvaardigen van enig bevel of verbod aan hoven of rechtbanken, worden gestraft met gevangenisstraf van een maand tot twee jaar en met geldboete van vijftig euro tot vijfhonderd euro.
Zij kunnen bovendien worden veroordeeld tot ontzetting, voor vijf jaar tot tien jaar, van de rechten genoemd in de eerste drie nummers van artikel 31, eerste lid.