Art. 629. Aanmatiging van macht door magistraten of leden van de politiediensten niveau 2
De aanmatiging van macht door magistraten of leden van de politiediensten is de opzettelijk gepleegde wederrechtelijke inmenging door een magistraat of een lid van een politiedienst in de uitoefening van de wetgevende macht, hetzij door wetten te maken of de uitvoering ervan te stuiten of te schorsen, en in de uitvoerende macht, hetzij door verordeningen te maken, hetzij door de uitvoering van de administratieve bevelen te verbieden.
Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2.
In het Strafwetboek van 1867
Oud art. 237 zeker · 85%De inmenging van magistraten of leden van de gerechtelijke politie in de wetgevende of uitvoerende macht is overgenomen in art. 629 (niveau 2).
Met gevangenisstraf van een maand tot twee jaar en met geldboete van vijftig euro tot vijfhonderd euro worden gestraft, en tot ontzetting, voor een duur van vijf jaar tot tien jaar, van de rechten genoemd in de eerste drie nummers van artikel 31, eerste lid kunnen worden veroordeeld :
(De leden en leden-assessoren van de hoven en rechtbanken, officieren van de gerechtelijke politie), die zich in de uitoefening van de wetgevende macht inmengen, hetzij door verordeningen te maken die wetgevende bepalingen inhouden, hetzij door de uitvoering van een of meer wetten te stuiten of te schorsen, hetzij door te beraadslagen over de vraag of die wetten zullen worden uitgevoerd;
(De leden en leden-assessoren van de hoven en rechtbanken, officieren van de gerechtelijke politie), die hun macht overschrijden door zich in te mengen in zaken welke tot de bevoegdheid van de administratieve overheid behoren, hetzij door verordeningen betreffende die zaken te maken, hetzij door de uitvoering te verbieden van de bevelen die van het bestuur uitgaan.