Art. 628. Verhinderen van de uitvoering van de geldende normen niveau 2
Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026, op 12 oktober 2026 vergeleken met de bron.
Het verhinderen van de uitvoering van de geldende normen is het beramen van maatregelen tegen de uitvoering van een wet of een uitvoeringsbesluit door personen met een openbare functie, hetzij op bijeenkomsten, hetzij via onderlinge communicatie, met kwaad opzet of met het oogmerk de openbare dienst te ontwrichten door de normale werking ervan lam te leggen.
Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2.
Wat dit strafniveau inhoudt (art. 36 van boek I)
De straf van niveau 2 bestaat uit een van de volgende straffen:
1° de gevangenisstraf van zes maanden tot ten hoogste drie jaar;
2° de behandeling onder vrijheidsberoving van zes maanden tot ten hoogste twee jaar;
3° de straf onder elektronisch toezicht van een maand tot ten hoogste een jaar;
4° de werkstraf van meer dan honderdtwintig uur tot ten hoogste driehonderd uur;
5° de probatiestraf van meer dan twaalf maanden tot ten hoogste twee jaar;
6° de veroordeling bij schuldigverklaring.
Bij aanneming van verzachtende omstandigheden wordt de straf van niveau 2 vervangen door een van de straffen van niveau 1.
Bijkomende straffen, verzachtende omstandigheden, herhaling en samenloop: zie art. 37 tot 65 van boek I.
Oud Strafwetboek van 1867: art. 234 (koppeling zeker). Oude tekst: hetstrafwetboek.be/mapping
In het Strafwetboek van 1867
Oud art. 234 zeker · 85%Het nieuwe artikel 628 stelt precies het beramen van maatregelen tegen de uitvoering van een wet of een uitvoeringsbesluit door personen met een openbare functie strafbaar, maar vereist kwaad opzet of het oogmerk de openbare dienst te ontwrichten. Het oude artikel stelde gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar; artikel 628 stelt een straf van niveau 2. De variant van de beraming tussen burgerlijke overheden en militaire korpsen, met hechtenis tot vijftien jaar, keert niet terug.
(Zie NOTA 1 onder TITEL) Indien maatregelen tegen de uitvoering van een wet of van een koninklijk besluit beraamd worden door een van de middelen, in het vorige artikel vermeld, is de straf gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar.
De schuldigen kunnen bovendien worden veroordeeld tot ontzetting van de rechten genoemd in de eerste drie nummers van artikel 31, eerste lid.
Indien de beraming plaatsheeft tussen de burgerlijke overheden en militaire korpsen of hun hoofden, worden degenen die ze hebben uitgelokt, gestraft met hechtenis van tien jaar tot vijftien jaar; de anderen, met hechtenis van vijf jaar tot tien jaar.
Oud art. 236 waarschijnlijk · 65%Ambtenaren die na onderling overleg ontslag nemen om de rechtsbedeling of een wettelijke dienst te verhinderen, vallen nu onder het verhinderen van de uitvoering van de geldende normen (art. 628, niveau 2), dat opzettelijke verlamming van de openbare dienst door ambtenaren in onderling overleg bestraft.
Met gevangenisstraf van een maand tot twee jaar en met geldboete van honderd euro tot vijfhonderd euro worden gestraft de ambtenaren die ten gevolge van een afspraak ontslag nemen met het oogmerk om de rechtsbedeling of de uitoefening van een wettelijke dienst te verhinderen of te schorsen.
Zij kunnen bovendien worden veroordeeld tot ontzetting van het recht om openbare ambten, bedieningen of betrekkingen te vervullen.
Overgangsblad: nieuwe en oude tekst voluit, om af te drukken →
Niet-officiële tekst. Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026. De enige officiële versie is het Belgisch Staatsblad.