Art. 483. Bedriegerij omtrent de huur van werk niveau 1
Bedriegerij omtrent de huur van werk is het met bedrieglijk opzet en door het aanwenden van listige kunstgrepen misleiden van de partijen verbonden door een contract van huur van werk, of een van hen, hetzij omtrent de hoeveelheid, hetzij omtrent de hoedanigheid van het geleverde werk indien in dit tweede geval de bepaling van de hoedanigheid van het werk moet dienen om het bedrag van het loon vast te stellen.
Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 1.
In het Strafwetboek van 1867
Oud art. 499 zeker · 88%Bedrog omtrent de hoeveelheid van verkochte zaken is opgenomen in art. 482 (derde streepje), en bedrog omtrent de huur van werk is afzonderlijk overgenomen in art. 483.
Tot gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar en tot geldboete van zesentwintig euro tot duizend euro of tot een van die straffen alleen worden veroordeeld zij die door het aanwenden van listige kunstgrepen :
1° De koper of de verkoper omtrent de hoeveelheid van de verkochte zaken bedriegen;
2° De partijen, verbonden door een contract van huur van werk, of een van die partijen, bedriegen, hetzij omtrent de hoeveelheid, hetzij omtrent de hoedanigheid van het geleverde werk, wanneer in dit tweede geval de bepaling van de hoedanigheid van het werk moet dienen om het bedrag van het loon vast te stellen.
Oud art. 297 waarschijnlijk · 55%De kern van bedrog omtrent hoeveelheid of hoedanigheid van werk en van verkochte of geleverde goederen is terug te vinden in de afzonderlijke misdrijven bedriegerij omtrent de huur van werk en bedriegerij omtrent het verkochte goed, zij het met een sterk verlaagd strafniveau (niveau 1 in plaats van 6 maanden tot 3 jaar).
Indien bedrog gepleegd wordt omtrent de aard, de hoedanigheid of de hoeveelheid van de werken of van de arbeid of van de geleverde zaken, worden de schuldigen gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en met geldboete van honderd euro tot tienduizend euro.
Zij kunnen bovendien worden veroordeeld tot ontzetting van rechten overeenkomstig artikel 33.