Art. 597. Aangifte aan de vijand niveau 3
Aangifte aan de vijand is het met kwaad opzet of met het oogmerk de vijand te ondersteunen, blootstellen van een persoon aan opsporingen, vervolgingen of sanctionering vanwege de vijand, door aangifte van een echt of denkbeeldig feit.
Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 3.
In het Strafwetboek van 1867
Oud art. 121bis zeker · 90%Alle vier verzwaringstrappen (basisvorm, langdurige vrijheidsberoving, ernstige integriteitsaantasting, dood) van aangifte aan de vijand zijn teruggevonden in art. 597 tot en met 600.
Met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar wordt gestraft hij die wetens, door aangifte van een werkelijk of denkbeeldig feit, enige persoon aan opsporingen, vervolgingen of gestrengheden van de vijand blootstelt.
Hij wordt gestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar, indien de aangifte voor enige persoon vrijheidsberoving van meer dan een maand ten gevolge heeft, en zulks niet veroorzaakt is door een andere aangifte.
Hij wordt gestraft met levenslange opsluiting, indien de aangifte voor enige persoon ter oorzake van de ondergane hechtenis of behandeling ten gevolge heeft hetzij de dood, hetzij een ongeneeslijk lijkende ziekte, hetzij een ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid van meer dan vier maanden, hetzij het volledige verlies van het gebruik van een orgaan, hetzij een zware verminking en zulks niet veroorzaakt is door een ander aangifte.