Art. 434. Namaking en vervalsing van niet-contante betaalinstrumenten niveau 2
Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026, op 12 oktober 2026 vergeleken met de bron. Laatst gewijzigd bij de wet van 16 maart 2026, volgens de noten van Justel.
§ 1. Namaking van niet-contante betaalinstrumenten is het met bedrieglijk opzet nabootsen van niet-contante betaalinstrumenten, door het vervaardigen van niet-authentieke niet-contante betaalinstrumenten.
Vervalsing van niet-contante betaalinstrumenten is het met bedrieglijk opzet aantasten van niet-contante betaalinstrumenten teneinde er wijzigingen in aan te brengen.
§ 2. De namaking en de vervalsing van niet-contante betaalinstrumenten worden bestraft met een straf van niveau 2.
Wat dit strafniveau inhoudt (art. 36 van boek I)
De straf van niveau 2 bestaat uit een van de volgende straffen:
1° de gevangenisstraf van zes maanden tot ten hoogste drie jaar;
2° de behandeling onder vrijheidsberoving van zes maanden tot ten hoogste twee jaar;
3° de straf onder elektronisch toezicht van een maand tot ten hoogste een jaar;
4° de werkstraf van meer dan honderdtwintig uur tot ten hoogste driehonderd uur;
5° de probatiestraf van meer dan twaalf maanden tot ten hoogste twee jaar;
6° de veroordeling bij schuldigverklaring.
Bij aanneming van verzachtende omstandigheden wordt de straf van niveau 2 vervangen door een van de straffen van niveau 1.
Bijkomende straffen, verzachtende omstandigheden, herhaling en samenloop: zie art. 37 tot 65 van boek I.
Oud Strafwetboek van 1867: art. 178quinquies (koppeling zeker). Oude tekst: hetstrafwetboek.be/mapping
Wijzigingen volgens Justel
(1) <W 2026-03-16/08, art. 82, 005; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
In het Strafwetboek van 1867
Oud art. 178quinquies zeker · 90%De bestanddelen vallen samen: het namaken of vervalsen van een niet-contant betaalinstrument, nu met een uitdrukkelijke omschrijving en met vereist bedrieglijk opzet. Enkel de uitdrukkelijke gelijkstelling van de poging met het voltooide misdrijf is niet overgenomen en valt terug op de algemene pogingsregeling.
Hij die een niet-contant betaalinstrument namaakt of vervalst, wordt gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar en met geldboete van honderd euro tot honderdduizend euro.
Poging tot dat wanbedrijf wordt gestraft met dezelfde straf.
Overgangsblad: nieuwe en oude tekst voluit, om af te drukken →
Niet-officiële tekst. Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026. De enige officiële versie is het Belgisch Staatsblad.