Art. 434. Namaking en vervalsing van niet-contante betaalinstrumenten niveau 2
§ 1. Namaking van niet-contante betaalinstrumenten is het met bedrieglijk opzet nabootsen van niet-contante betaalinstrumenten, door het vervaardigen van niet-authentieke niet-contante betaalinstrumenten.
Vervalsing van niet-contante betaalinstrumenten is het met bedrieglijk opzet aantasten van niet-contante betaalinstrumenten teneinde er wijzigingen in aan te brengen.
§ 2. De namaking en de vervalsing van niet-contante betaalinstrumenten worden bestraft met een straf van niveau 2.
Wijzigingen volgens Justel
(1) <W 2026-03-16/08, art. 82, 005; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
In het Strafwetboek van 1867
Oud art. 178quinquies zeker · 90%De bestanddelen vallen samen: het namaken of vervalsen van een niet-contant betaalinstrument, nu met een uitdrukkelijke omschrijving en met vereist bedrieglijk opzet. Enkel de uitdrukkelijke gelijkstelling van de poging met het voltooide misdrijf is niet overgenomen en valt terug op de algemene pogingsregeling.
Hij die een niet-contant betaalinstrument namaakt of vervalst, wordt gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar en met geldboete van honderd euro tot honderdduizend euro.
Poging tot dat wanbedrijf wordt gestraft met dezelfde straf.