Strafwetboek 2026
Boek II
Titel 3. Misdrijven tegen de persoonHoofdstuk 9. Misdrijven tegen het privélevenAfdeling 4. Misdrijven betreffende de vrije uitoefening van de erediensten

Art. 355. Verzwarende factor bij de aantasting van de vrije uitoefening van een eredienst

Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan voor het misdrijf bedoeld in artikel 354, 1°, neemt de rechter in overweging dat het misdrijf werd gepleegd ten nadele van een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand.

In het Strafwetboek van 1867

Oud art. 142 zeker · 85%
Het door geweld of bedreiging dwingen of verhinderen van de uitoefening van een eredienst is overgenomen in artikel 354, 1°; de verzwaring bij een kwetsbaar slachtoffer komt overeen met artikel 355.

Hij die een of meer personen door geweld of bedreiging dwingt of verhindert een eredienst uit te oefenen, de uitoefening van die eredienst bij te wonen, bepaalde godsdienstige feesten te vieren, bepaalde rustdagen te onderhouden en dientengevolge hun werkhuizen, winkels of magazijnen te openen of te sluiten en een bepaalde arbeid te verrichten of te staken, wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot twee maanden en met geldboete van zesentwintig euro tot tweehonderd euro.

Indien het misdrijf is gepleegd ten nadele van een persoon van wie de kwetsbare toestand ten gevolge van de leeftijd, zwangerschap, een ziekte dan wel een lichamelijk of geestelijk gebrek of onvolwaardigheid duidelijk was of de dader bekend was, wordt deze gestraft met gevangenisstraf van vijftien dagen tot zes maanden en met geldboete van zesentwintig euro tot vijfhonderd euro.

Over deze mapping en de omzetting van straffen →

Verwijst naar
Art. 354, Art. 1 (boek I)
Justel-stand
2026-04-02 · officiële tekst op Justel
Inwerkingtreding
1 september 2026
Id
boek2-art-355

Fout gezien in dit artikel? Meld het.

Art. 354Art. 356