Strafwetboek 2026
Boek II
Titel 3. Misdrijven tegen de persoonHoofdstuk 3. Misdrijven tegen de seksuele integriteit, het seksueel zelfbeschikkingsrecht en de goede zedenAfdeling 2. Seksuele uitbuiting van minderjarigenOnderafdeling 5. Algemene bepaling

Art. 181. Verzwarende factoren

Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan voor een misdrijf bedoeld in deze afdeling neemt de rechter in overweging het feit dat:

- het misdrijf werd gepleegd door een persoon met een openbare functie in het kader van de uitoefening van deze functie;

- het misdrijf werd gepleegd door een persoon die zich in een erkende positie van vertrouwen, gezag of invloed ten aanzien van de minderjarige bevindt;

- het misdrijf werd gepleegd op een minderjarige beneden de volle leeftijd van tien jaar;

- het misdrijf werd gepleegd op een minderjarige beneden de volle leeftijd van zestien jaar en is voorafgegaan door een benadering van deze minderjarige vanwege de dader met het oogmerk om op een later tijdstip de in die afdeling bepaalde feiten te plegen;

- het misdrijf werd gepleegd omwille van culturele drijfveren, gewoontes, tradities, religie of de zogenaamde "eer".

Wijzigingen volgens Justel

(1) <W 2026-03-16/08, art. 36, 005; Inwerkingtreding : 01-09-2026>

In het Strafwetboek van 1867

Oud art. 417/50 zeker · 92%
De verzwarende factoren voor de afdeling seksuele uitbuiting van minderjarigen zijn vrijwel woordelijk overgenomen, inclusief de openbare functie, de vertrouwens- of gezagspositie, de leeftijd van het slachtoffer en de zogenaamde eermotieven. Het gaat in beide teksten om factoren die de rechter bij de strafbepaling in overweging neemt.

Verzwarende factoren

Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan voor een misdrijf bedoeld in deze afdeling houdt de rechter in het bijzonder rekening met het feit dat:

- ...

- het misdrijf werd gepleegd door een persoon met een openbare functie in het kader van de uitoefening van deze functie;

- het misdrijf werd gepleegd door een persoon die zich in een erkende positie van vertrouwen, gezag of invloed ten aanzien van de minderjarige bevindt;

- het misdrijf werd gepleegd op een minderjarige beneden de volle leeftijd van tien jaar;

- het misdrijf werd gepleegd op een minderjarige beneden de volle leeftijd van zestien jaar en is voorafgegaan door een benadering van deze minderjarige vanwege de dader met het oogmerk om op een later tijdstip de in die afdeling bepaalde feiten te plegen;

- het misdrijf werd gepleegd omwille van culturele drijfveren, gewoontes, tradities, religie of de zogenaamde "eer".

Over deze mapping en de omzetting van straffen →

Justel-stand
2026-04-02 · officiële tekst op Justel
Inwerkingtreding
1 september 2026
Id
boek2-art-181

Fout gezien in dit artikel? Meld het.

Art. 180Art. 182