Strafwetboek 2026
Boek II
Titel 3. Misdrijven tegen de persoonHoofdstuk 10. Misdrijven tegen de burgerlijke staat van personenAfdeling 1. Misdrijven met betrekking tot het bewijs van de burgerlijke staat van kinderen

Art. 363. Obstructie van het bewijs van de burgerlijke staat van een kind niveau 2

Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026, op 12 oktober 2026 vergeleken met de bron.

De obstructie van het bewijs van de burgerlijke staat van een kind is het opzettelijk vernietigen of het verhinderen van de opmaak van het bewijs van de burgerlijke staat van een kind.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2.

Oud Strafwetboek van 1867: art. 363 (koppeling zeker). Oude tekst: hetstrafwetboek.be/mapping

In het Strafwetboek van 1867

Oud art. 363 zeker · 85%
Onderschuiving van een kind en obstructie van het bewijs van de burgerlijke staat blijven strafbaar, maar de straf is sterk verminderd (van opsluiting 5-10 jaar/gevangenisstraf naar niveau 2); de bepaling over het geven van opdracht tot deze feiten is niet expliciet teruggevonden.

Met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar wordt gestraft hij die een kind met een ander kind verwisselt of aan een vrouw een kind toeschrijft waarvan zij niet is bevallen.

Met gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar wordt gestraft hij die het bewijs van de burgerlijke staat van een kind vernietigt of het opmaken ervan verhindert.

Dezelfde straf wordt toegepast op hen die opdracht geven om de in de vorige leden vermelde feiten te plegen, indien die opdracht is uitgevoerd.

Overgangsblad: nieuwe en oude tekst voluit, om af te drukken →

Over deze mapping en de omzetting van straffen →

Strafniveau
2 · gevangenisstraf van 6 maanden tot ten hoogste 3 jaar, of een andere straf van niveau 2 alle misdrijven van dit niveau
Justel-stand
2 april 2026 · officiële tekst op Justel
Inwerkingtreding
1 september 2026
Id
boek2-art-363

Niet-officiële tekst. Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026. De enige officiële versie is het Belgisch Staatsblad.

← Art. 362Art. 364 →