Strafwetboek 2026
Boek II
Titel 3. Misdrijven tegen de persoonHoofdstuk 6. Misdrijven tegen de persoonlijke rust en de morele integriteitAfdeling 3. Laster en belediging

Art. 243. Lasterlijke aantijging tegen een ondergeschikte niveau 1

Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026, op 12 oktober 2026 vergeleken met de bron.

Lasterlijke aantijging tegen een ondergeschikte is het met kwaadwillig opzet met welk middel ook melden aan een persoon van lasterlijke aantijgingen tegen zijn ondergeschikte.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 1.

Oud Strafwetboek van 1867: art. 445 (koppeling zeker). Oude tekst: hetstrafwetboek.be/mapping

In het Strafwetboek van 1867

Oud art. 445 zeker · 90%
De schriftelijke lasterlijke aangifte bij de overheid komt overeen met artikel 242, en de schriftelijke lasterlijke aantijging tegen een ondergeschikte met artikel 243.

Met gevangenisstraf van vijftien dagen tot zes maanden en met geldboete van vijftig euro tot duizend euro wordt gestraft :

Hij die schriftelijk bij de overheid een lasterlijke aangifte indient;

Hij die schriftelijk aan een persoon lasterlijke aantijgingen tegen zijn ondergeschikte toestuurt.

Overgangsblad: nieuwe en oude tekst voluit, om af te drukken →

Over deze mapping en de omzetting van straffen →

Strafniveau
1 · geen gevangenisstraf: geldboete, werkstraf, probatiestraf of een andere straf van niveau 1 alle misdrijven van dit niveau
Justel-stand
2 april 2026 · officiële tekst op Justel
Inwerkingtreding
1 september 2026
Id
boek2-art-243

Niet-officiële tekst. Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026. De enige officiële versie is het Belgisch Staatsblad.

← Art. 242Art. 244 →