Strafwetboek 2026
Boek II
Titel 3. Misdrijven tegen de persoonHoofdstuk 7. Schendingen van de persoonlijke waardigheid en misbruik van de kwetsbare positie van het slachtofferAfdeling 9. Gemeenschappelijke bepalingen

Art. 297. Sluiting van de inrichting

In geval van veroordeling wegens een in dit hoofdstuk bedoeld misdrijf kan de rechter de definitieve gehele of gedeeltelijke sluiting bevelen van de inrichting waarin het misdrijf werd gepleegd, of voor een termijn van een maand tot drie jaar.

In afwijking van artikel 59 kan de sluiting worden bevolen zonder rekening te houden met de hoedanigheid van de natuurlijke persoon of rechtspersoon als uitbater, eigenaar, huurder of zaakvoerder.

Wanneer de veroordeelde niet de uitbater, eigenaar, huurder of zaakvoerder van de inrichting is, kan de sluiting enkel worden bevolen indien de ernst van de concrete omstandigheden zulks vereist , en dit definitief of voor een periode van ten hoogste twee jaar, en na de uitbater, eigenaar, huurder of zaakvoerder van de inrichting te hebben gehoord.

De dagvaarding voor de rechtbank wordt op verzoek van de gerechtsdeurwaarder die de dagvaarding heeft uitgebracht, overgeschreven in het bevoegde kantoor van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie van de plaats waar het goed zich bevindt.

De dagvaarding bevat de gegevens van het betrokken onroerend goed bedoeld in artikel 141 van de Hypotheekwet van 16 december 1851 en de identificatie- gegevens van de eigenaar ervan bedoeld in de artikelen 139 en 140 van de Hypotheekwet.

Elke beslissing wordt op de kant van de overschrijving van het proces-verbaal van de dagvaarding vermeld overeenkomstig de procedure van artikel 84 van de Hypotheekwet. De griffier van het gerecht zendt de uittreksels en de verklaring dat geen hoger beroep werd ingesteld toe aan het bevoegde kantoor van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie.

Wijzigingen volgens Justel

(1) <W 2026-03-16/08, art. 58, 005; Inwerkingtreding : 01-09-2026>

In het Strafwetboek van 1867

Oud art. 433quater/5 waarschijnlijk · 60%
De misdrijven inzake misbruik van prostitutie zitten in het nieuwe hoofdstuk over schendingen van de persoonlijke waardigheid, waarvoor artikel 297 de sluiting van de inrichting regelt, voortaan ook definitief en na de eigenaar of uitbater te hebben gehoord. Het bijna woordelijk identieke artikel 188 blijft voorbehouden aan het hoofdstuk over de seksuele integriteit, wat de zekerheid beperkt.

Sluiting van de inrichting

Onverminderd andere wettelijke bepalingen, kan de rechter in de in dit hoofdstuk bedoelde gevallen, ongeacht de hoedanigheid van natuurlijke- of rechtspersoon, van de uitbater, eigenaar, huurder of zaakvoerder, de sluiting van de inrichting bevelen waar de inbreuken werden gepleegd, voor een termijn van één maand tot drie jaar.

Wanneer de veroordeelde niet de eigenaar, uitbater, huurder of zaakvoerder van de inrichting is, kan de sluiting slechts worden bevolen indien de ernst van de specifieke omstandigheden dit vereist, en dit voor een periode van ten hoogste twee jaar, na dagvaarding op verzoek van het openbaar ministerie, de eigenaar, uitbater, huurder of zaakvoerder van de inrichting.

De dagvaarding voor de rechtbank wordt op verzoek van de gerechtsdeurwaarder die de dagvaarding heeft uitgebracht, overgeschreven in het bevoegde kantoor van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie van de plaats waar het goed zich bevindt.

De dagvaarding bevat de gegevens van het betrokken onroerend goed bedoeld in artikel 141 van de Hypotheekwet van 16 december 1851 en de identificatiegegevens van de eigenaar ervan zoals bepaald in de artikelen 139 en 140 van de Hypotheekwet.

Elke beslissing wordt op de kant van de overschrijving van het proces-verbaal van de dagvaarding vermeld overeenkomstig de procedure van artikel 84 van de Hypotheekwet. De griffier van het gerecht zendt de uittreksels en de verklaring dat geen hoger beroep werd ingesteld toe aan het bevoegde kantoor van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie.

De sluiting van de inrichting houdt het verbod in om hierin enige activiteit uit te oefenen die verband houdt met diegene die geleid heeft tot het plegen van het misdrijf. De sluiting gaat in vanaf de dag waarop de veroordeling in kracht van gewijsde is getreden. Bij gebreke aan vrijwillige sluiting gebeurt deze op initiatief van het openbaar ministerie op kosten van de veroordeelde.

Over deze mapping en de omzetting van straffen →

Verwijst naar
Art. 59 (boek I)
Justel-stand
2026-04-02 · officiële tekst op Justel
Inwerkingtreding
1 september 2026
Id
boek2-art-297

Fout gezien in dit artikel? Meld het.

Art. 296Art. 298