Strafwetboek 2026
Boek I
Hoofdstuk 4. StraffenAfdeling 10. Andere straffen

Art. 59. Sluiting van de inrichting

Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026, op 12 oktober 2026 vergeleken met de bron. Laatst gewijzigd bij de wet van 16 maart 2026, volgens de noten van Justel.

In de bij wet bepaalde gevallen kan de rechter de tijdelijke of definitieve gehele of gedeeltelijke sluiting bevelen van de inrichting van de veroordeelde, met uitzondering van de inrichtingen waar werkzaamheden worden verricht die behoren tot een opdracht van openbare dienstverlening. De sluiting van de inrichting houdt het verbod in hierin enige activiteit uit te oefenen die verband houdt met degene die geleid heeft tot het plegen van het misdrijf. De sluiting gaat in vanaf de dag waarop de veroordeling in kracht van gewijsde is getreden. Bij gebreke aan vrijwillige sluiting gebeurt deze op initiatief van het openbaar ministerie op kosten van de veroordeelde.

Oud Strafwetboek van 1867: art. 37 (koppeling zeker). Oude tekst: hetstrafwetboek.be/mapping

Wijzigingen volgens Justel

(1) <W 2026-03-16/08, art. 18, 005; Inwerkingtreding : 01-09-2026>

In het Strafwetboek van 1867

Oud art. 37 zeker · 80%
Artikel 59 neemt de tijdelijke of definitieve sluiting van de inrichting over als bijkomende straf in de bij wet bepaalde gevallen. Nieuw is dat de sluiting niet meer alleen voor rechtspersonen geldt, dat inrichtingen met een opdracht van openbare dienstverlening zijn uitgesloten en dat de sluiting ingaat vanaf het in kracht van gewijsde treden.

Tijdelijke of definitieve sluiting van een of meer inrichtingen van de rechtspersoon kan door de rechter worden uitgesproken in de gevallen door de wet bepaald.

Overgangsblad: nieuwe en oude tekst voluit, om af te drukken →

Over deze mapping en de omzetting van straffen →

Aangehaald in
Art. 297 (boek II), Art. 686 (boek II)
Justel-stand
2 april 2026 · officiële tekst op Justel
Inwerkingtreding
1 september 2026
Id
boek1-art-59

Niet-officiële tekst. Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026. De enige officiële versie is het Belgisch Staatsblad.

← Art. 58Art. 60 →