Strafwetboek 2026
Boek I
Hoofdstuk 4. StraffenAfdeling 11. Straftoemeting

Art. 60. Herhaling

Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026, op 12 oktober 2026 vergeleken met de bron. Laatst gewijzigd bij de wet van 16 maart 2026, volgens de noten van Justel.

Indien de dader wordt vervolgd voor een misdrijf waarop door de wet een straf van niveau 1, 2, 3, 4, 5 of 6 is gesteld, kan deze straf worden verhoogd naar een straf van het onmiddellijk hogere niveau indien op het ogenblik van het plegen van het misdrijf nog geen vijf jaren verlopen waren te rekenen vanaf de dag waarop een vorige veroordeling in kracht van gewijsde is getreden. De termijn van vijf jaar wordt evenwel verlengd met de tijd waarin de gevangenisstraf of behandeling onder vrijheidsberoving wordt uitgevoerd, met uitzondering van de periode gedurende dewelke de straf wordt uitgevoerd onder de modaliteit van het elektronisch toezicht en de periodes van voorwaardelijke invrijheidsstelling, voorlopige invrijheidsstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering en de invrijheidsstelling onder toezicht.

Indien de dader wordt vervolgd voor een misdrijf waarop door de wet een straf van niveau 7 is gesteld en de dader reeds eerder werd veroordeeld tot een straf van niveau 7 of 8, wordt de minimumstraf gebracht op een gevangenisstraf van tweeëntwintig jaar of een behandeling onder vrijheidsberoving van zeventien jaar voor natuurlijke personen en op een geldboete van 2.080.000 euro voor rechtspersonen.

Wijzigingen volgens Justel

(1) <W 2026-03-16/08, art. 19, 005; Inwerkingtreding : 01-09-2026>

In het Strafwetboek van 1867

Oud art. 54 waarschijnlijk · 75%
De drie afzonderlijke opsluitingsvorken bij herhaling van een misdaad na een criminele straf keren niet als zodanig terug. Art. 60 bevat de algemene herhalingsregel: binnen vijf jaar na een vorige veroordeling kan een straf van niveau 1 tot 6 worden gebracht op het onmiddellijk hogere niveau; voor een misdrijf van niveau 7 na een eerdere straf van niveau 7 of 8 wordt de minimumstraf gebracht op tweeëntwintig jaar gevangenisstraf.

(Zie NOTA 1 onder TITEL) Hij die, na tot een criminele straf te zijn veroordeeld, een misdaad pleegt die strafbaar is met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar, kan worden veroordeeld tot opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar.

Indien de misdaad strafbaar is met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar, kan de schuldige worden veroordeeld tot opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar.

Hij wordt veroordeeld tot ten minste zeventien jaar opsluiting indien de misdaad strafbaar is met opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar.

Oud art. 55 waarschijnlijk · 75%
Ook de herhalingsregel voor misdaden met hechtenis gaat op in de ene algemene herhalingsbepaling van art. 60; het onderscheid tussen opsluiting en hechtenis verdwijnt. Het oude artikel stelde per geval een duur van hechtenis vast; volgens art. 60 kan de straf "worden verhoogd naar een straf van het onmiddellijk hogere niveau" wanneer nog geen vijf jaar verstreken zijn sinds de vorige veroordeling.

(Zie NOTA 1 onder TITEL) Hij die, na tot een criminele straf te zijn veroordeeld, een misdaad pleegt die gestraft wordt met hechtenis van vijf jaar tot tien jaar, kan worden veroordeeld tot hechtenis van tien jaar tot vijftien jaar.

Indien de misdaad wordt gestraft met hechtenis van tien jaar tot vijftien jaar, kan de schuldige worden veroordeeld tot (hechtenis van vijftien jaar tot twintig jaar).

Hij wordt veroordeeld tot ten minste zeventien jaar hechtenis, indien de misdaad strafbaar is met (hechtenis van vijftien jaar tot twintig jaar).

Oud art. 55bis waarschijnlijk · 70%
Het oude artikel gaf voor herhaling van misdaad na een correctionele veroordeling afzonderlijke straffen per categorie van opsluiting of hechtenis, en rekende de termijn van vijf jaar vanaf het ondergaan of de verjaring van de vorige straf. Art. 60 geeft één algemene regel: de rechter kan de straf brengen op een straf van het onmiddellijk hogere niveau, als nog geen vijf jaar verlopen zijn sinds de vorige veroordeling in kracht van gewijsde is getreden.

Hij die, na tot een gevangenisstraf van ten minste een jaar te zijn veroordeeld en voordat vijf jaren zijn verlopen sinds hij zijn straf heeft ondergaan of sinds zijn straf verjaard is, een misdaad pleegt die strafbaar is met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar of hechtenis van vijf jaar tot tien jaar, kan worden veroordeeld tot respectievelijk opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar of hechtenis van tien jaar tot vijftien jaar.

Indien de misdaad strafbaar is met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar of hechtenis van tien jaar tot vijftien jaar, kan de schuldige worden veroordeeld tot respectievelijk opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar of hechtenis van vijftien jaar tot twintig jaar.

Hij wordt veroordeeld tot respectievelijk ten minste zeventien jaar opsluiting of ten minste zeventien jaar hechtenis, indien de misdaad strafbaar is met opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar of hechtenis van vijftien jaar tot twintig jaar.

Oud art. 56 waarschijnlijk · 70%
Artikel 60 vervangt alle oude herhalingsvormen door één regeling: wie binnen vijf jaar na een in kracht van gewijsde getreden veroordeling een nieuw misdrijf van niveau 1 tot 6 pleegt, kan volgens de wettekst een straf van "het onmiddellijk hogere niveau" krijgen. De oude verdubbeling van het maximum en de plafonds voor werkstraf, probatiestraf en elektronisch toezicht komen niet terug.

Hij die, na tot een criminele straf te zijn veroordeeld, een wanbedrijf pleegt, kan worden veroordeeld tot het dubbele van het maximum van de straf, bij de wet op het wanbedrijf gesteld.

Dezelfde straf kan worden uitgesproken in geval van een vroegere veroordeling tot gevangenisstraf van ten minste een jaar, indien de veroordeelde het nieuwe wanbedrijf pleegt voordat vijf jaren zijn verlopen sinds hij zijn straf heeft ondergaan of sinds zijn straf verjaard is.

Zelfs in de gevallen bedoeld in het eerste en tweede lid, indien het nieuwe wanbedrijf een misdaad is die werd gecorrectionaliseerd of waarvoor het hof van assisen het bestaan van verzachtende omstandigheden heeft aanvaard, mag de gevangenisstraf de maximumduur van de opsluiting waarin de wet voorziet voor die misdaad of veertig jaar indien het om levenslange opsluiting gaat, niet te boven gaan.

In geen geval mag de uitgesproken straf een jaar straf onder elektronisch toezicht, driehonderd uren werkstraf of twee jaar autonome probatiestraf te boven gaan.

Oud art. 562 waarschijnlijk · 55%
Met het verdwijnen van de overtredingen verliest deze bijzondere herhalingsregel haar voorwerp. De herhaling wordt voortaan volledig beheerst door de algemene regel van boek I, die werkt met een verhoging van het strafniveau in plaats van met een bijkomende gevangenisstraf van vijf of negen dagen.

In geval van herhaling kan, naast geldboete, gevangenisstraf van ten hoogste vijf dagen worden uitgesproken wegens de overtredingen, in artikel 559 omschreven.

Ten aanzien van de overtredingen, in het vorige artikel omschreven, kan de rechter, in geval van herhaling, naast geldboete, gevangenisstraf van ten hoogste negen dagen uitspreken.17/37, art. 4, 048; Inwerkingtreding : 01-04-2005>

Oud art. 564 waarschijnlijk · 55%
Ook deze herhalingsregel voor overtredingen van de vierde klasse verliest haar voorwerp. De herhaling verloopt nu via de algemene regel van boek I, die het strafniveau verhoogt in plaats van een bijkomende gevangenisstraf van ten hoogste twaalf dagen toe te laten.

In geval van herhaling is de rechtbank bevoegd om, naast geldboete, gevangenisstraf van ten hoogste twaalf dagen uit te spreken.

Overgangsblad: nieuwe en oude tekst voluit, om af te drukken →

Over deze mapping en de omzetting van straffen →

Aangehaald in
Art. 280 (boek II), Art. 284 (boek II)
Justel-stand
2 april 2026 · officiële tekst op Justel
Inwerkingtreding
1 september 2026
Id
boek1-art-60

Niet-officiële tekst. Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026. De enige officiële versie is het Belgisch Staatsblad.

← Art. 59Art. 61 →