Art. 479. Oplichting niveau 3
Oplichting is het met bedrieglijk opzet beogen te verwerven van een onrechtmatig economisch voordeel voor zichzelf of voor een ander, hetzij door gebruik te maken van valse namen of valse hoedanigheden, hetzij door listige kunstgrepen aan te wenden om andermans vertrouwen op slinkse wijze te winnen.
Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 3.
In het Strafwetboek van 1867
Oud art. 496 waarschijnlijk · 65%De kernbestanddelen van oplichting (valse hoedanigheid, listige kunstgrepen) zijn overgenomen in art. 479, maar de verzwarende omstandigheid voor kwetsbare slachtoffers en de specifieke, mildere pogingstraf uit het oude artikel keren niet terug in de aangeboden kandidaat.
Hij die, met bedrieglijk opzet, beoogt een onrechtmatig economisch voordeel voor zichzelf of voor een ander te verwerven, hetzij door gebruik te maken van valse namen of valse hoedanigheden, hetzij door listige kunstgrepen aan te wenden om te doen geloven aan het bestaan van valse ondernemingen, van een denkbeeldige macht of van een denkbeeldig krediet, om een goede afloop, een ongeval of enige andere hersenschimmige gebeurtenis te doen verwachten of te doen vrezen of om op andere wijze misbruik te maken van het vertrouwen of van de lichtgelovigheid, wordt gestraft met gevangenisstraf van een maand tot vijf jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot drieduizend euro.
Indien de in het eerste lid bedoelde feiten zijn gepleegd ten nadele van een persoon van wie de kwetsbare toestand ten gevolge van de leeftijd, zwangerschap, een ziekte dan wel een lichamelijk of geestelijk gebrek of onvolwaardigheid duidelijk was of de dader bekend was, wordt deze gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot drieduizend euro.
(Poging tot het wanbedrijf omschreven in het eerste lid wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot drie jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot tweeduizend euro.)
(In de gevallen in de vorige leden omschreven kan de schuldige bovendien worden veroordeeld tot ontzetting van rechten overeenkomstig artikel 33.)
Oud art. 509ter waarschijnlijk · 50%Het bedrieglijk endosseren of innen van facturen is niet als apart misdrijf overgenomen. Dergelijke feiten vallen voortaan onder de algemene oplichting, die het aanwenden van listige kunstgrepen om zich geld of een voordeel te doen afgeven strafbaar stelt.
Met gevangenisstraf van een maand tot twee jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot drieduizend euro, of met een van die straffen alleen wordt gestraft :
1° Hij die, na een factuur te hebben geëndosseerd, wetens het bedrag ervan int ten eigen bate;
2° Hij die, na het origineel of een duplicaat van een factuur te hebben geëndosseerd, zich wetens geld doet ter hand stellen of enig voordeel doet toekennen dank zij het endossement van een ander exemplaar (het origineel of een duplicaat) van dezelfde factuur;
3° Hij die zich geld doet afgeven of zich enig voordeel doet toekennen door wetens een factuur betreffende een wettelijk teniet gegane verbintenis te endosseren.