Art. 436. Overdracht van onrechtmatig verkregen, valse of nagemaakte niet-contante betaalinstrumenten. niveau 2
Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026, op 12 oktober 2026 vergeleken met de bron. Laatst gewijzigd bij de wet van 16 maart 2026, volgens de noten van Justel.
Overdracht van onrechtmatig verkregen, valse of nagemaakte niet-contante betaalinstrumenten is het bezitten, voorhanden hebben, aanschaffen voor zichzelf of voor een ander, invoeren, uitvoeren, vervoeren, verkopen of verspreiden met het oogmerk om deze te gebruiken, van een onrechtmatig verkregen, vals of nagemaakt niet-contant betaalinstrument.
Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2.
Wat dit strafniveau inhoudt (art. 36 van boek I)
De straf van niveau 2 bestaat uit een van de volgende straffen:
1° de gevangenisstraf van zes maanden tot ten hoogste drie jaar;
2° de behandeling onder vrijheidsberoving van zes maanden tot ten hoogste twee jaar;
3° de straf onder elektronisch toezicht van een maand tot ten hoogste een jaar;
4° de werkstraf van meer dan honderdtwintig uur tot ten hoogste driehonderd uur;
5° de probatiestraf van meer dan twaalf maanden tot ten hoogste twee jaar;
6° de veroordeling bij schuldigverklaring.
Bij aanneming van verzachtende omstandigheden wordt de straf van niveau 2 vervangen door een van de straffen van niveau 1.
Bijkomende straffen, verzachtende omstandigheden, herhaling en samenloop: zie art. 37 tot 65 van boek I.
Oud Strafwetboek van 1867: art. 178septies (koppeling zeker). Oude tekst: hetstrafwetboek.be/mapping
Wijzigingen volgens Justel
(1) <W 2026-03-16/08, art. 84, 005; Inwerkingtreding : 01-09-2026>
In het Strafwetboek van 1867
Oud art. 178septies zeker · 85%Artikel 436 herneemt het bezitten, voorhanden hebben, aanschaffen, in- en uitvoeren, vervoeren, verkopen of verspreiden van onrechtmatig verkregen, valse of nagemaakte niet-contante betaalinstrumenten met het oogmerk ze te gebruiken, met een straf van niveau 2. De eigen strafbepaling voor de poging uit het oude artikel verdwijnt, zodat de algemene pogingregel geldt.
Hij die onrechtmatig verkregen, nagemaakte of vervalste niet-contante betaalinstrumenten bezit, voorhanden heeft, aanschaft voor zichzelf of voor een ander, invoert, uitvoert, vervoert, verkoopt of verspreidt met het oogmerk om deze te gebruiken, wordt gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot vijftigduizend euro of met een van die straffen alleen.
Poging tot dat wanbedrijf wordt gestraft met gevangenisstraf van drie maanden tot een jaar en met geldboete van vijftig euro tot duizend euro of met een van die straffen alleen.
Overgangsblad: nieuwe en oude tekst voluit, om af te drukken →
Niet-officiële tekst. Tekst volgens Justel, bijgewerkt tot 2 april 2026. De enige officiële versie is het Belgisch Staatsblad.