Strafwetboek 2026
Boek II
Titel 3. Misdrijven tegen de persoonHoofdstuk 2. Foltering, onmenselijke behandeling en onterende behandelingAfdeling 2. Onmenselijke behandeling

Art. 122. Onmenselijke behandeling door een persoon met een openbare functie niveau 4

De onmenselijke behandeling gepleegd door een persoon met een openbare functie in het kader van de uitoefening van deze functie, wordt bestraft met een straf van niveau 4.

In het Strafwetboek van 1867

Oud art. 257 waarschijnlijk · 50%
De algemene verhoging van het strafminimum voor de ambtenaar die zonder wettige reden geweld gebruikt, is vervangen door afzonderlijke misdrijven voor de foltering en de onmenselijke behandeling door een persoon met een openbare functie, aangevuld met de verzwarende factoren bij de gewelddaden. Een algemene regel over ambtelijk geweld bestaat niet meer.

Wanneer een openbaar officier of ambtenaar, een bestuurder, agent of aangestelde van de Regering of van de politie, een uitvoerder van rechterlijke bevelen of van vonnissen, een hoofdbevelhebber of ondergeschikt bevelhebber van de openbare macht, in de uitoefening of ter gelegenheid van de uitoefening van zijn bediening, zonder wettige reden tegen personen geweld gebruikt of doet gebruiken, wordt het minimum van de op die feiten gestelde straf verhoogd overeenkomstig artikel 266.

Over deze mapping en de omzetting van straffen →

Strafniveau
4 · gevangenisstraf van 5 tot 10 jaar alle misdrijven van dit niveau
Justel-stand
2026-04-02 · officiële tekst op Justel
Inwerkingtreding
1 september 2026
Id
boek2-art-122

Fout gezien in dit artikel? Meld het.

Art. 121Art. 123