Titel 3. Misdrijven tegen de persoonHoofdstuk 2. Foltering, onmenselijke behandeling en onterende behandelingAfdeling 1. Foltering
Art. 114. Foltering door een persoon met een openbare functie niveau 5
De foltering gepleegd door een persoon met een openbare functie in het kader van de uitoefening van deze functie, wordt bestraft met een straf van niveau 5.
In het Strafwetboek van 1867
Oud art. 257 waarschijnlijk · 50%De algemene verhoging van het strafminimum voor de ambtenaar die zonder wettige reden geweld gebruikt, is vervangen door afzonderlijke misdrijven voor de foltering en de onmenselijke behandeling door een persoon met een openbare functie, aangevuld met de verzwarende factoren bij de gewelddaden. Een algemene regel over ambtelijk geweld bestaat niet meer.
Wanneer een openbaar officier of ambtenaar, een bestuurder, agent of aangestelde van de Regering of van de politie, een uitvoerder van rechterlijke bevelen of van vonnissen, een hoofdbevelhebber of ondergeschikt bevelhebber van de openbare macht, in de uitoefening of ter gelegenheid van de uitoefening van zijn bediening, zonder wettige reden tegen personen geweld gebruikt of doet gebruiken, wordt het minimum van de op die feiten gestelde straf verhoogd overeenkomstig artikel 266.